Het plekje waar de vogels zo mooi fluiten

MathildeBeverloo-ceesvdwal_44

Het is zondagmiddag als we richting de begraafplaats rijden. Het is er relatief druk. De zon schijnt en veel mensen grijpen dit zachte weer aan om hier, bij het plekje van hun geliefde, de sporen die de winter heeft nagelaten uit te wissen.

Achter de kinderwagen wandelen we richting het kindergedeelte. De paadjes zijn daar te smal om met de wagen te komen, dus laten we Benjamin aan de zijkant staan.

Samen lopen we naar het plekje van Jona. Stilzwijgend gaan we allebei onze gang. Sebas haalt de luttele blaadjes die er nog liggen weg en ik maak het doekje dat ik standaard in mijn jaszak heb, nat bij de waterpomp en veeg de vogelpoep van de steen.

De plantjes die rondom het grafje staan, zijn door het gewicht van de sneeuw van enkele weken terug een beetje scheef gezakt. Met zorg, nee, met liefde harkt Sebas de aarde eromheen aan, zodat het er weer netjes uit ziet.

Het doet ons beiden goed hier te zijn. Hier, op wat we 'Jona's plekje' noemen. Beiden voelen we verdriet. We praten over wat we voelen. Hoe onbegrijpelijk het nog steeds is en hoe het ons soms zo ineens aan kan vliegen.

Ik vraag me af of een ander ooit kan begrijpen wat wij voelen als we hier staan, of iemand ooit begrijpen kan hoe gebroken ons hart is.

Als we terug willen gaan, komt er juist een man aan. Hij groet ons vriendelijk en wuift mijn excuses over de kinderwagen die op het pad staat met een glimlach weg. Terwijl we weglopen, slik ik mijn tranen weg. Wat voelt het fijn om even hier te zijn in de natuur, bij het plekje waar de vogeltjes zo mooi fluiten, het ruisen van de wind door de takken van de bomen hoorbaar is en de zon troostend schijnt. En tegelijkertijd zo verdrietig dat we onze Jona al negen maanden lang moeten missen.

Dan hoor ik de man die we zojuist tegenkwamen, praten. Hij staat bij het grafje van zijn kind. De net nog dapper weggeslikte tranen stromen nu over mijn wangen. Deze man praat tegen zijn kind, dat er net als onze Jona niet meer is en gemist wordt.

Het raakt me zo dat deze man liefkozende woorden spreekt. Heel gewoon, zoals een vader dat doet tegen zijn kind. En waar ik me zojuist nog afvroeg of een ander ooit zou kunnen begrijpen wat wij voelen, weet ik nu dat er mensen zijn die dat begrijpen. Helaas wel.

Onbewust voel ik me begrepen door deze man. Hij praat tegen zijn kind dat daar begraven ligt, net zoals ik ook weleens tegen Jona praat. Een teken van liefde. Genegenheid die nooit meer lichamelijk geuit kan worden, laten doorklinken in woorden.

Ik laat de tranen lopen.

Bij de uitgang treffen we een groepje mensen dat daar staat te praten. Ik veeg mijn tranen niet weg. Ze mogen zien dat ik verdriet heb.

We zijn net te laat thuis en missen het begin van de middagdienst. We stromen tijdens het gebed in en horen precies de ouderling bidden voor de rouwdragenden.

Zojuist, bij het grafje van onze lieve Jona, vroeg ik me af of iemand ooit begrijpen kan wat wij voelen.

Nee, begrijpen doen de meeste mensen het misschien niet, maar we worden niet vergeten. En bovenal is er Eén die ons altijd begrijpt, ons tot in het diepste van ons hart kent en ons nooit vergeet. En bij die Ene mag onze zoon nu zijn. Hoe goed en mooi het daar is, gaat mijn verstand te boven.

Ik kijk naar de heldere, blauwe lucht en probeer me voor te stellen hoe Jona daar mag huppelen over de straten van goud, zingend van Zijn grote naam.

beeld: Cees van der Wal

Auteur

Mathilde Beverloo-de Rooij

Volg ons lifestyle platform op instagram.