„Nee mam, die pluk moet niet plat, hij moet zo blijven staan”, zegt Lucas, wijzend naar een pluk haar die nog kaarsrecht overeind staat. „Dat is toch geen gezicht”, antwoord ik lachend. „Maar ík vind dat mooi”, zegt Lucas, „en eigenlijk ben ik ook al vijf en ik heb nog nóóit mijn eigen haar gedaan. Ik wil dat vanaf nu zelf doen.” „Maar dat is best lastig, hoor, en gel plakt enorm”, probeer ik. „Maar ik ben al víjf, hè!” En vijf vingers zwaaien triomfantelijk in de lucht. „Nou, vooruit dan”, geef ik toe. „Je mag het morgen een keer zelf proberen.” De volgende ochtend, als ik aan de keukentafel van mijn warme thee nip, hoor ik in de badkamer het krukje zorgvuldig voor de spiegel schuiven. Dan klinkt het gepruttel van gel uit een tube. Tien lange minuten heerst er kennelijk opperste concentratie in de badkamer. „Klaar!” hoor ik vervolgens. En daar staat Lucas. Zijn gezicht glimt, en zijn haar niet minder, zo veel gel is er gebruikt. De klodders zitten her en der door zijn haar, en zijn voorste lok staat kaarsrecht overeind. Het is werkelijk geen gezicht en ik schiet nog net niet in de lach. „Mooi, hè?” zegt Lucas trots, „nu heb ik een echte kuif.” „Ja, daar kun je niet omheen”, zeg ik, terwijl ik mijn lach probeer in te houden. „Het lijkt de mast wel.” Vijf minuten later is de gel opgedroogd en is zijn kuif zo hard geworden dat ik bang ben dat de hele constructie compleet zou afbreken wanneer hij ergens tegenaan zou stoten. De rest van de dag loopt er een wandelende mast door de woning, en als we tijdens het lossen even gaan uitwaaien aan de wal, blijft die, zoals echte masten behoren te doen, fier rechtop staan in de wind. Die avond vind ik het niet erg dat het douchewater zijn haar naar de originele stand terugbrengt. Eén mast aan boord is wel genoeg. Vind ik. _Als echte landrot uit Kootwijkerbroek stapt Joanke van der Wal na haar trouwen aan boord van een binnenvaartschip. Terdege vaart een stukje mee._ :::author_streamer 1:::