Ik zat met een paar kinderen in de snackbar op onze bestelling te wachten. Ondanks dat het een doordeweekse dag was, zat en stond het er vol met mensen. Hoewel het voor mij altijd ongezond voelt om naar de snackbar te gaan, leek het – aan de hoeveelheid mensen te zien – heel normaal te zijn. Toen ik een broodje gezond wilde bestellen, kreeg ik te horen dat dit niet mogelijk was, in verband met de drukte. Ik kreeg een grijns op m’n gezicht. Eigenlijk ook wel begrijpelijk dat je bij een snackbar geen broodje gezond kunt krijgen. Of zouden de sla en de tomaat op zijn vanwege de drukte? :::author_streamer 1::: In ieder geval, wij zaten daar maar. En wachten duurt lang, zeker als lege magen knorren. Op een gegeven moment viel het oog van een van mijn zoons op twee mensen die samen gepassioneerd in gesprek raakten. Hij kwam naast me zitten en zei vol verwondering: „Mam, het lijkt wel of die mensen ineens verliefd op elkaar raken!” De spontaniteit van zijn reactie had een positieve uitwerking op mijn ”ongeduldige wachtstand”. Ik proestte het uit van het lachen. Terwijl ik zat te popelen om mijn bestelling te kunnen meenemen, bekeek hij de interactie tussen de ene persoon en de andere. In dit geval tussen twee mensen met inmiddels grijze haren. Zo’n gebeurtenis sla ik op in mijn brein en zodra ik eraan terugdenk, krijg ik een grote glimlach op mijn gezicht. Ik weet zeker dat ik over een poosje tegen mijn zoon zeg: „Weet je nog van die keer in de snackbar?” Dan lachen we samen weer een potje. Inmiddels weet ik dat zo’n lachbui zorgt voor de aanmaak van gelukshormonen. Ik houd van zulke hilarische momenten. Misschien ook omdat ik er vaak wat van kan leren voor de toekomst. Waar ik in mijn gefrustreerde wachtcocon ging, ging mijn zoon aan op liefdevolle affectie tussen twee personen. Dat laatste zullen ze toch vast niet van een vreemde hebben.