Om te beginnen vind ik het een heel mooie vraag. Er spreekt het besef uit dat wij oog moeten hebben voor onze grootouders. Misschien gaat dit wel een beetje tegen de tijdgeest is; voor menigeen tellen ouderen, zwakke of gebrekkige medemensen nog amper mee. Terwijl dat Bijbels gesproken zo anders ligt. De grijsheid is volgens het Spreukenboek ”een sierlijke kroon”. In Leviticus 19 lezen we dat de Heere Zijn volk opdraagt: „Voor het grauwe haar zult gij opstaan, en zult het aangezicht des ouden vereren; en gij zult vrezen voor uw God; Ik ben de Heere!” Let wel: het respect voor de oudere wordt hier zelfs verbonden met het vrezen van God. Terug naar de vraag. Hoe kun je contact houden met een opa of oma van wie de gedachten gaan vervagen? Voordat we nadenken over het hoe je contact houdt, wil ik graag benadrukken hoe belangrijk het is dat je contact houdt. Wees trouw, ook als het gesprek misschien moeilijk wordt. Vraag je niet af wat je er zelf aan hebt, maar wat je opa of oma eraan heeft. Bedenk dat het voor hem of haar heel belangrijk is! Als je misschien nog amper met elkaar praten kunt, doe je al heel veel door er te zijn. En hoe houd je contact? Om te beginnen wil ik je op het hart drukken om nooit met een oudere om te gaan alsof hij of zij een klein kind is. Het is een volwassen mens, met een heel leven achter de rug. Dat vraagt een respectvolle benadering, ook als er misschien allerhande beperkingen zijn. Zelf bedenk ik in het contact met deze ouderen meer dan eens dat de tijd kan komen dat ik er zelf zó aan toe ben. Dat helpt me om meer begrip, meer medeleven en meer geduld te hebben. Misschien helpt het jou ook. In praktische zin is het goed om je in het levensverhaal van je opa of oma te verdiepen. Daardoor kun je bepaalde verhalen, uitdrukkingen, beelden en woorden beter begrijpen. Verder raad ik je aan om in te gaan op wat hij of zij je vertelt; ook als dat misschien gebrekkig en warrig is. Ga er zeker niet tegenin! Maak ook niet de fout om hem of haar (steeds) te verbeteren. Mijn ervaring is dat het veel beter is om te proberen te peilen hoe de ander zich voelt en dáárbij aan te sluiten. Is hij of zij verdrietig, somber of juist dankbaar? Blinkt er in de blik van de ander misschien iets van vrolijkheid? Probeer daarbij aan te haken. Een voorwerp kan ook nog weleens een gesprekje op gang helpen. Ik denk dan aan een foto (van vroeger) of bijvoorbeeld een Bijbel. Het kan zomaar de aanleiding voor een veelzeggend woord zijn. Ik heb het in de vorige zin bewust over een woord: iets kleins. Dat kleine moment van helderheid, de scherpe blik die er even is – het zijn bijzondere geschenken. In dit verband is het ook een idee om eens iets voor te lezen: iets wat kort en bekend is, diep verankerd in de geest, zoals een berijmde psalm. En als je je kleine schaamte kunt overwinnen –en ik kan je alleen maar van harte aanmoedigen– zing dan samen eens zo’n psalmvers of een geestelijk lied. Deze gezongen woorden raken innerlijk vaak wel, waar gesproken woorden wegwaaien.