Wat je schrijft, is herkenbaar, ook voor mijzelf. Toen ik tiener was en met geestelijke vragen liep, dacht ik vaak: zou ik méér zelfkennis hebben, kon ik me dieper vernederen voor de Heere, had ik oprechter berouw over m’n zonden, dán zou ik kunnen geloven dat er ook voor mij genade zou zijn en dat de Heere Zich ook over mij zou ontfermen. Leeft het zo misschien ook in jou? Het is belangrijk dat je bij je zonden stilstaat. Laten we dat doen; er de tijd voor nemen en ze onder ogen zien. Laten we onszelf spiegelen aan de wet van God, de Tien Geboden. En nagaan welke geboden we waar en wanneer overtraden. Met onze woorden, onze gedachten en verlangens. De Heilige Geest wil dat zegenen. Hij wil al je zonden levend maken (Rom. 7:9). Dat betekent: Hij wil ze je voor ogen stellen, zodat je er niet langer aan voorbijgaat. Hij wil ook dat je erover nadenkt hoe afschuwelijk de zonden zijn. Omdat je daarmee tegen God ingaat, Die zo goed, heerlijk, heilig, volmaakt zuiver, liefdevol en barmhartig is. De Heilige Geest wil dat gebruiken om je een hartelijk besef te geven van het kwaad van de zonde. Het is ook belangrijk dat je jezelf te binnen brengt dat je vanwege je zonden straf hebt verdiend: de eeuwige dood. God is zo goed, dat Hij met de minste zonde niet overweg kan. Hij kan ons vanwege onze opstand niet in Zijn nabijheid verdragen. Hij toornt op ons. Houd jezelf dat voor ogen. En ook dat wij bij de Heere geen rechten op ontferming kunnen laten gelden. Vraag de Heilige Geest om je dit helder te laten zien. Vraag Hem ook dat Hij je hart neigt om het bij te vallen. :::author_streamer 1::: Eén ding is bij dit alles cruciaal. Je hebt geen streepje voor op anderen, door je zelfkennis en berouw. Het is niet zo dat je, als je een zekere mate van inzicht in je zonden hebt, eerder voor genade in aanmerking komt. Je kunt er geen staat op maken, of zeggen: „Nu is het genoeg, nu mag ik ook naar de Heere Jezus vluchten om bij Hem te schuilen.” Het kan zijn dat dát de strik is die je gevangen houdt. Juist als je denkt dat je zondekennis en berouw nodig hebt om tot Christus te mogen komen, zul je altijd van jezelf vinden dat je daar te weinig van hebt. Je zult jezelf oppervlakkig vinden. Hard van hart. Je zult verlangen naar meer ernst en bewogenheid. Neem je die bij jezelf waar, dan vat je hoop. Mis je die bij jezelf, dan verlies je hoop. Zo blijf je onrustig in jezelf. :::author_streamer 2::: Zie onder ogen wie je bent voor Gods aangezicht: een verloren zondaar die al wat goed is, ten enenmale mist. Maar lees ook in het Woord van God dat de Heiland zúlke mensen juist roept: welgemeend, van harte, oprecht, bewogen. Niet de gesteldheid van je hart, niet wat je in jezelf ervaart, maar Zijn uitnodiging geeft je het recht naar Hem uit te gaan en in Hem te geloven. Heb je een gevoelloos hart? Koud? Harteloos? Biddeloos? Levenloos? De Zaligmaker nodigt alle hoorders van Zijn Woord uit dát hart in Zijn hand te leggen. Hij weet er wel raad mee. Hoor Zijn roepstem: „Mijn zoon, Mijn dochter, geef Mij je hart” (Spr. 23:26). _Ds. B.L.P. Tramper, Waarder _