
„Die Bijbel is het, over wiens bladen onze vaderen hun tranen geweend, hun bange zuchten geslaakt hebben; hij was de schuw verholen vriend van hun eenzame uren, het gouden kleinood, waarvoor goed en bloed werd veil geboden, en dat die wondere kracht wist uit te storten, die het sterven van de martelaarsdood met fiere moed braveren deed.”