Een heuse Theologische Academie werd er op 6 juni 1959 in Sliedrecht opgericht. Het aantal studenten was gering en de academie was geen lang leven beschoren. Boeiend is echter de inaugurale rede die werd gehouden door prof. dr. J.C. Hooykaas. Ook de timing van de opening van de academie is interessant. Die vond namelijk exact vier eeuwen na de stichting van de Geneefse theologische academie van Calvijn plaats. De inaugurale rede had alles met Calvijn te maken. Hooykaas –zelf gepromoveerd op een Fransstalig proefschrift, ”Calvin et sa morale”– sprak namelijk over Calvijns leer van het huwelijk. Allerlei aspecten komen daarin voorbij, waaronder polygamie. Hooykaas citeert de hervormer van Geneve: „Wat zou God gehinderd hebben om voor Adam twee vrouwen te scheppen, als Hij daar lust in had. Maar God was tevreden met één. Lamech, die bigamie invoerde, was uit het huis van Kaïn, en polygamisten moeten zich schamen over hun prototype.” Allerlei uitbundigheden op een bruiloft kunnen Calvijns goedkeuring ook niet wegdragen. Vooral geen uitspattingen of braspartijen. „Als de partijen gaan trouwen, komen zij zediglijk naar de kerk, zonder tamboereinen of minstreels.” Zeer heftig veroordeelt hij het feit dat men in de Rooms-Katholieke Kerk het huwelijk als een van de zeven sacramenten erkent. „De papisten dwalen, wanneer zij beweren, dat het wel zo is. Zij zijn domweg bedrogen door een foutieve vertaling van de Vulgata. Paulus zegt in zijn brief aan de Efeziers 5:31-32: „Daarom zal een mens zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen en die twee zullen tot één vlees wezen. Deze verborgenheid is groot, doch ik zeg dit, ziende op Christus en de gemeente.” Het is een dubbele dwaling ”verborgenheid” te vertalen met ”sacrament” en deze bewering toe te passen op het huwelijk, terwijl het werkelijk van toepassing is op de verborgen eenheid van Christus en Zijn Kerk. Deze flater is te onvergeeflijker omdat hetzelfde woord elders wordt gebruikt (1 Tim.3:9 en Efeze 3:9) en er geen aanspraak op wordt gemaakt, dat het een sacrament beduidt (...) en als het huwelijk een sacrament is, waarom brandmerken zij het dan met hersenloze veranderlijkheid als onreinheid en sluiten de priesters er van buiten?” Verder zegt Calvijn: „Natuurlijk is het huwelijk een goede en heilige wet van God. Daarover kunnen we het allen eens zijn. Zo zijn landbouw, architectuur, schoenmaken en vele andere dingen wettige instellingen Gods, en toch zijn het geen sacramenten (...) Maar, zeggen zij, het is de aanwijzing van een heilig ding, dat is: van de geestelijke eenheid van Christus en Zijn Kerk. Dit blijkt als argument ook onvoldoende, want op die grond zijn er zo veel sacramenten als er vergelijkingen in de Bijbel voorkomen. Zelfs diefstal zal een sacrament zijn, want er staat geschreven: De dag des Heeren zal komen als een dief.” Eerlijk gezegd vind ik dat Johannes Calvijn hier wat doorslaat. Nee, het huwelijk is niet tot versterking van het geloof zoals dat bij doop en avondmaal het geval is. Maar het huwelijk is wel een ordinantie van God, waarbij de man zich als Christus dient te gedragen en de vrouw als de gemeente van Christus. Ontroerend schoon wordt dit ook in het huwelijksformulier genoemd. Terecht gaat iemand niet ‘zomaar’ aan het Heilig Avondmaal. Maar wat wordt er gemakkelijk door de manspersonen ja gezegd op de belofte dat zij hun vrouw liefhebben zoals Christus Zijn gemeente. Wat wordt vaak klakkeloos door de vrouwen ingestemd om de man gehoorzaam te zijn zoals de gemeente aan Christus onderdanig is. Wij willen het huwelijk met de reformatoren op grond van Gods woord geen sacrament noemen. Zeker niet naar de roomse denkwijze waarbij een sacrament dient om genade te schenken. Maar het huwelijk is toch iets meer sacraal dan zich laat denken.