Goed dat je schrijft, beste vriend! Wat je over jezelf vertelt, raakt me. Ik kan me indenken dat het veel met je doet. Kun je erover spreken met je ouders? Met iemand die je in vertrouwen kunt nemen? Ik zou dat wel doen, als ik jou was. Ik wil je ook wijzen op goede hulpverleners, bij wie je zeker mag aankloppen als je gevoelens je al te zeer in de weg staan en ze je hinderen om thuis en op school goed te functioneren. De Heere wil dat zegenen! Mag ik je eerst en vooral wijzen op Hem, Die als geen ander weet heeft van eenzaamheid, Die de pijn van het alleen-zijn tot in het diepst van Zijn ziel heeft ervaren en Die wat jij ervaart, kent en herkent, de Heiland van zondaren, de Heere Jezus? De Zaligmaker zei ooit in Zijn leven op aarde tegen Zijn discipelen een ontroerend woord: „U zult Mij allen alleen laten” (Joh. 16:32). Hij wist wat met Hem zou gebeuren. Juist toen het er in Zijn leven echt op aankwam, toen Hij in een zee van lijden verkeerde, lieten ze Hem aan Zichzelf over. :::author_streamer 1::: Wat heeft de Heere Jezus Zich vaak eenzaam gevoeld, vooral ook aan het eind van Zijn leven. Hij verlangde naar vriendschap. Naar begrip, liefde, geborgenheid, veiligheid. Als mens op aarde had Hij dezelfde gevoelens als wij. Hij kende pijn en verdriet, gemis en eenzaamheid. „U zult Mij alleen laten”, zei Hij. „Alleen.” In de woorden van de Heiland gaan tegelijk bronnen van troost schuil, juist voor jongeren en ouderen die kampen met eenzaamheid. Christus laat ermee zien hoe Hij, Die echt God is, ook echt mens is. Als mens daalt Hij af in de ellende en gebrokenheid waarin wij verkeren. God blijft niet op afstand; God komt ons als mens zeer nabij. Hij opent Zijn menselijke hart voor ons. „Ik weet wat eenzaamheid is. Open je hart maar voor Mij.” De Heere wil méér doen. Hij erkent onze noden, maar Hij wil ons ook in Zijn Woord wijzen op wat onze grootste nood is, erger dan onze eenzaamheid: de zonde. De zonde brengt niet alleen kloven tussen mensen teweeg, maar bovenal een grote scheiding tussen ons en de Heere. Wij zijn onze Schepper kwijt. Door eigen toedoen. Daardoor is het dat we er in ons leven ten diepste alleen voorstaan. Echt helemaal alleen. De Heere wil pijn van eenzaamheid gebruiken om ons op deze diepe nood te wijzen. Hij wil onze ogen ervoor openen, opdat wij die nood zouden erkennen en aan Hem zouden belijden. Juist in de weg van belijdenis van zonden en schuld kan Hij kwijt wat Hij het liefst aan zondaren kwijt wil: genade, vergeving van zonden, eeuwig leven in Zijn nabijheid, ja, eeuwige vriendschap. Dat is wat ik je van harte gun: dat de Heere je in je grootste nood tot geloof in Christus Jezus brengt. Voor het eerst en daarna telkens weer. Hij is werkelijk een Vriend uit duizend, „een Vriend Die te aller tijd lief heeft” (Spr. 17:13), Die in liefde omgaat met tollenaars (Luk. 15:2), met zondaars op wie anderen minachtend neerzien. Weet je hoe God je noemt als je met al je zonden en zorgen in geloof tot Christus vlucht? „De beminde van Mijn ziel” (Jer. 12:7). Je mag zingen wat in Psalm 27:6 staat: „Want, schoon ik zelfs van vader en van moeder verlaten ben, de Heer’ is goed en groot; Hij is en blijft mijn Vader en Behoeder.” _Ds. B.L.P. Tramper, Elspeet _