Vanuit een enorm verdriet heb ik geprobeerd een nieuw leven op te bouwen. Hierdoor is de oude onbevangen Antje eigenlijk voorgoed verdwenen en ervaar ik voortdurend een gevoel van “de glans is eraf”. Toch heeft het ook veel gebracht, want ik bleek goed te zijn in dingen die ik eerder als vanzelf aan anderen overliet. Daarnaast heb ik door alles mijn zwakke, maar ook mijn sterke punten beter leren kennen. Mede daardoor ben ik in staat gebleken om met de juiste mensen om me heen het bedrijf te leiden en te laten groeien. Maar het belangrijkste is wel dat ik weet dat er een alziend God is Die me erdoorheen heeft geholpen en dat Hij alleen mij kracht geeft om dit te kunnen doen en te dragen. Ondanks dat veel dingen gaan wennen, ontkom ik er toch met enige regelmaat niet aan dat ik in situaties beland waarvan ik denk, waar ben ik eigenlijk mee bezig? Zo’n situatie was er onlangs. Omdat we eind vorig jaar met het bedrijf verhuisd zijn naar een groter pand op een zichtlocatie, kon een nieuw alarmsysteem daar niet ontbreken. En de eerste die bij een inbraakmelding gebeld wordt, is deze mevrouw. Wordt er niet opgenomen dan volgen er anderen, maar de kans dat Antje door een belletje heen slaapt, is sinds ze alleen is praktisch nihil. >Slaapdronken en gewapend met de knuppel reed Antje midden in de nacht door het verlaten Rijssen En zo was het dat aan het begin van de zomervakantie van zondag- op maandagnacht om 02.00 uur de telefoon ging en de alarmcentrale belde met een melding van inbraak. Nu is de ervaring dat het in negen van de tien gevallen loos alarm is en de melding veroorzaakt wordt door een openstaande deur, een dikke bromvlieg of wat dan ook. Ook was het tot nu toe nog altijd in de avond geweest, of was de oudste zoon aanwezig, die de honneurs voor zijn moedertje wel waar wilde nemen. Helaas was die oudste zoon een weekend weg en zo midden in de nacht dacht ze er niet aan om iemand anders te gaan bellen. Dus schoot Antje haar jas over haar pyjama, stapte in haar laarzen en besloot op pad te gaan. Toch voelde dat niet lekker. Ze besloot de houten honkbalknuppel die achter het huis lag maar mee te nemen. Echter, toen ze op straat stond, zonk de moed haar in de schoenen. Een andere zoonlief had die dag ervoor haar auto meegenomen en bij thuiskomst gemeld dat de rechter voorband lek was. Dus die auto meenemen was geen optie en zo zat het er niet anders op dan in de bedrijfsbus van deze zoon te stappen. Deze zoon meenemen wilde ze niet, want bij hem zou nog geen drie uur later de wekker gaan en zijn broodnodige slaap wilde ze hem niet onthouden. Slaapdronken en gewapend met de knuppel reed Antje midden in de nacht door het verlaten Rijssen om enkele minuten later de bus te parkeren met de neus precies voor de ingang van het pand. Met groot licht aan en veel lawaai makend, ging ze naar binnen om het alarm uit te schakelen. Toen ze de boel geïnspecteerd had, zag ze al gauw dat de melding veroorzaakt was door een openstaande deur die door de wind iets bewoog. Alles goed afgesloten en nagelopen, en gauw sprong ze weer in de bus waarvan ze deur wagenwijd open had laten staan om er zo snel mogelijk weer vandoor te kunnen. Tenslotte nog gauw een rondje om het hele pand gereden. Na niks verdachts gezien te hebben, tufte ze weer langzaam richting huis. En toen ze zo alleen door de stille straten reed en ze de torenklok half drie hoorde slaan, kwam het gevoel weer eens keihard bij haar binnen: „Waar ben ik in vredesnaam mee bezig?”