Ja zeggen

„Komen jullie na de dienst bij mij koffie drinken?” Een oud vrouwtje kijkt ons vragend aan. We ontmoeten haar in de kerk tijdens onze vakantie in het buitenland. Mijn vrouw en ik wisselen een blik. Ik mag het woord doen.

„Leuk dat u ons uitnodigt. Maar bedankt.” De vrouw –één voortand– spreekt nauwelijks Engels. Het lijkt zo’n type met honderd katten. En zonder stofzuiger. Misschien serveert ze koekjes die zo droog zijn dat je keel ervan gaat kriebelen. Misschien zou ze ons claimen en zouden we niet fatsoenlijk kunnen ontsnappen vanuit haar kattenhaarbak. Logisch dat we nee zeggen. Of misschien belanden we niet graag in onvoorspelbare en oncontroleerbare situaties. En bedank ik daarom met een vriendelijke grijns. En zit ik daarom na de dienst oploskoffie drinkend op een stoel in onze krappe hotelkamer. Ergens knaagt een gedachte. Wat als we ja zouden hebben gezegd?
„We moeten vaker ja zeggen tegen onvoorspelbare situaties”, oreer ik. „Ja”, stemt mijn vrouw in. Prompt vraagt later die vakantie een oud wijnboertje met een appartement in de verhuur of we bij hem willen eten. „Ja”, zeggen wij. We volgen hem in zijn oude karretje dat puffend een berg beklimt. We stoppen op een onverlichte parkeerplaats waar zwerfhonden rondscharrelen. Lopen hem achterna door het duister, de telefoon als zaklamp in de hand. Dan doet hij het licht aan. Een compleet restaurant licht op. „Willen jullie mijn wijnkelder zien?” vraagt hij in zijn eigen taal aan zijn mobiele telefoon met vertaalapp. Een  computerstem herhaalt de vraag in het Engels. „Ja.” We tappen uit vaten zijn zelfgemaakte wijn van verschillende oogstjaren, terwijl zijn telefoon vertaalt hoe je goede wijn maakt. Het boertje schuifelt naar zijn keuken en serveert karper. Wij genieten. 
Later, op een andere berg, rijden we door een zwarte rookpluim. Aan de andere kant van de pluim stoken twee jongens een houtvuur. Ze zwaaien vriendelijk. Wij kijken naar elkaar. „Ja zeggen?” opper ik. „Ja.” Dus bekijken we hun huis-tuin-en-keukendestilleerderij onder het genot van een glas zelfgestookte pruimenraki. „Blijven jullie ook eten?” vragen de jongens. Wij kijken elkaar aan. We willen wel, maar hebben geen tijd meer. Tot ons verdriet.

Arien

Deel dit verhaal op sociale media

Over Terdege

Terdege is een reformatorisch familiemagazine dat wil inspireren, bezinnen en verrassen.

Abonneevoordeel

Maak gebruik van de mooie voordelen die we speciaal voor jou als abonnee hebben uitgezocht.