Wat leer je een hoop tijdens zo’n traject. Dat je met bouwbedrijven vooraf maar beter heldere afspraken over werktijden en kosten kunt maken, bijvoorbeeld. Ligt voor de hand, natuurlijk. Maar in alle consternatie van een emigratie en renovatie schiet zoiets er soms gewoon even bij in, neem dat van mij aan. En zo kon het gebeuren dat we op een zondagmiddag tien jaar terug opeens twee Roemenen ontdekten op het dak van onze appartementen, waar ze fluitend een schoorsteen bouwden. Dat was niet de bedoeling. Evenmin als de rekening trouwens, die de postbode vervolgens voor diezelfde schoorsteen in de brievenbus stopte. Het bedrag dat daarop stond, was toch echt vele malen hoger dan dat wat aannemer Horst Stark mondeling had genoemd. En toen we hem om een specificatie vroegen, in de hoop dat we misschien toch nog zouden gaan begrijpen waar dit indrukwekkende bedrag vandaan kwam, weigerde Horst. Na een reeks boze woorden over en weer hebben we betaald en de man niet meer gevraagd. Toch misten we hem. Want totdat-ie aan die schoorsteen begon, had Horst tegen een redelijke prijs goed en snel werk geleverd. Iets wat we van z’n opvolgers niet altijd zeggen konden. Áls er al opvolgers te vinden waren. De laatste jaren helpt onze ‘vriend’ van het Lagerhaus –een soort landbouwwinkel annex bouwmarkt– ons weleens aan vaklieden. Deze lente belooft hij een loodgieter te sturen voor nieuwe dakgoten én een bedrijf dat de onlangs geïsoleerde buitenmuur kan stucen. Die loodgieter zwijgt in alle talen, maar voor het stucwerk word ik gebeld door een aardig meisje van een of ander bouwbedrijf, dat vraagt of ze even mag langskomen om de situatie en de maten op te nemen. Op het afgesproken tijdstip verwacht ik een damesautootje, maar in plaats daarvan zie ik een forse jeep de berg op komen. Het meisje van de telefoon zit op de bijrijdersstoel en achter het stuur ontwaar ik een oude bekende. Daar zit Horst! Ai. Het zweet breekt me uit. Maar Horst stapt welgemoed uit en schudt mij met een brede lach de hand. Hakkelend bedank ik hem voor zijn komst en stel ik me voor. „Ja, ja, wij kennen elkaar”, antwoordt hij vrolijk. Oké, hij is ons dus nog niet vergeten. Zou hij zich de ruzie ook nog herinneren? „Ehm, ja… Van lang geleden, hè?” opper ik onbeholpen. „Klopt.” Voldaan kijkt hij om zich heen: „Die terrassen daar heb ik laten aanleggen. En die trap heb ik gebouwd. De kozijnen heb ik laten plaatsen. En die schoorsteen ook.” Hij wijst enthousiast naar het gewraakte ding. „Hoe gaat het met je zoon? Houdt hij nog steeds van het bos en de jacht?” Al keuvelend meet hij met een apparaatje de wand op, die gepleisterd moet worden. Algauw is de deal gesloten. „Wát?!” zegt Maarten, als ik hem die avond vertel dat Horst weer voor ons aan het werk gaat. „De prijs krijgen we vooraf schriftelijk en zondags stuurt hij niemand op ons dak”, vertel ik triomfantelijk, zonder iets te zeggen over mijn kleur als vuur en mijn ongemakkelijk gehakkel van deze middag. Zo zie je maar, het leven zit vol leermomenten, en soms krijg je tien jaar later de kans om opnieuw te beginnen.