Het is een compleet andere wereld waarin we letterlijk landen. We verwonderen ons over de ruige kust met de steile kliffen, de witte branding van een hemelsblauwe zee die ertegenaan buldert. We dwalen door de smalle stegen van oeroude, zandkleurige stadjes, en genieten van idyllische gevels en historische kerken. Paulus komen we overal tegen: op naambordjes van straten, in musea, op monumenten en plaquettes. Als hij hier nu even zou aanwippen, zou hij het eiland vast „alleszins gelijk als godsdienstiger” noemen, bedenk ik – net zoals hij dat, aldus de Statenvertaling, in Athene destijds deed. Het wemelt hier namelijk van de afbeeldingen van Maria en allerlei andere heiligen. Op tal van plekken kun je in deze tijd van het jaar exposities over Golgotha en de kruisiging bekijken. Bidkapelletjes en crucifixen alom. We vragen ons af of er überhaupt een protestantse gemeente te vinden zal zijn, maar dat lukt. Op paasmorgen belanden we in een kerk die vergelijkbaar is met de onze in Karinthië. Van de Schriftlezing in het Maltees verstaan we nauwelijks een woord, maar daarna wordt er in het Engels voorgelezen en gelukkig is ook de preek Engelstalig. Daar zitten we dan, als Nederlanders uit Oostenrijk te midden van christenen van over de hele wereld. Verwonderd ervaren we hoe de Kerk van alle tijden en plaatsen zichtbaar wordt. Helder legt de dominee uit waarom we de opgestane Levensvorst nodig hebben: „to save us because we all have an appointment fixed with the powerful wrath of an almighty God.” In onze eigen taal: „om ons te redden, want we liggen allemaal onder de machtige toorn van een almachtige God.” De voorganger heeft zelf kennelijk ook gereisd, want hij komt met een voorbeeld uit Verona, Italië. Heidy en Lindy kijken elkaar veelbetekenend aan. Verona ligt niet ver bij ons vandaan, we zijn er onlangs geweest. In Verona, vertelt predikant, zag hij tot zijn verbazing een opvallend walvisbot onder een boog hangen. „Ik dacht: wat doet dat hier nou midden in deze stad? Toen ik navraag deed, kreeg ik te horen dat dit bot naar beneden zal vallen wanneer er een zondeloos mens onderdoor loopt. Het walvisbot is daar ergens in zeventienhonderdzoveel al naartoe gebracht. Er zijn sindsdien miljoenen mensen onderdoor gegaan. Het hangt er nog steeds.” Hij zwijgt even, zegt dan: „Het zal er blijven hangen.” De boodschap over schuld en verzoening klinkt, de woorden die Paulus lang geleden al mocht doorgeven, ongetwijfeld ook hier. Er worden paasliederen gezongen, Engelse teksten van vreugde en bevrijding. En al kennen wij ze niet, ze klinken toch vertrouwd. Nu komen we deze paasmorgen zomaar thuis, op dit wildvreemde eiland, hier midden in de Middellandse Zee.