
Het gesprek tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de Jakobsbron wordt snel een theologisch gesprek. De vrouw wijst naar de berg achter haar en zegt: „Onze vaders hebben op dezen berg aangebeden; en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden.” (Johannes 4:20). In één zin raakt zij de kern van het conflict tussen Joden en Samaritanen, dat draait om de vraag waar God aanbeden moet worden: in Jeruzalem of op de Gerizim?

beeld Terdege
