
Midden in de synagoge staat een man met een verschrompelde hand. Toch is niet hij, maar Jezus het middelpunt. De Farizeeën houden Hem goed in de gaten; het werkwoord in de grondtekst kan zelfs vertaald worden met ”bespioneren” (Markus 3:2 en Lukas 20:20). Durft Jezus het aan om hem op deze sabbat te genezen? Jezus stelt een simpele vraag: „Is het geoorloofd op de sabbat goed te doen of kwaad te doen?”
