Openhartig vertelde de een dat ze zo graag wil zijn als de Heere Jezus, ze verlangt ernaar om Zijn voorbeeld na te volgen. Beiden gaven ze aan dat het haast nooit lukt, dat het zo moeilijk is. Een van hen gaf aan dat ze erkennen moet nog zo veel dingen te doen waarbij ze ten diepste voelt: is het wel naar Gods wil? Het maakt me dankbaar te lezen over jonge mensen die met deze zaken worstelen. Tegelijk vraag ik me onder het lezen af: hoe komt het toch dat ze deze ervaring opdoen en zo weinig vreugde vinden in het volgen van de Heere Jezus? Nu weet ik natuurlijk te weinig over hun leven om er veel over te kunnen zeggen, maar het is wel herkenbaar. Ik merk dat het meer leeft onder jonge mensen, dat ze een verlangen hebben om de Heere te volgen, maar dat ze daar op de een of andere manier in vastlopen en teleurstellingen in opdoen. In zondag 32 en 33 van de Heidelbergse Catechismus gaat het over dat leven der dankbaarheid. Maar wat is daaraan voorafgegaan? Wel, dat de Heere je ontdekt heeft aan je zonden en verlorenheid. Dat dit is door eigen schuld en dat je jezelf er niet uit kunt verlossen. Die ontdekking leidt tot de vraag: Hoe word ik met God verzoend? In die weg word je gewezen op de Zaligmaker. Door het geloof in Zijn offer, Zijn lijden en sterven, schenkt de Heere je vergeving van de zonden. Het is die vergevende liefde die leidt tot een diepe dankbaarheid, waardoor we breken met de zonden. De catechismus antwoordt op de vraag ”Waarom moeten wij nog goede werken doen?” het volgende: „Daarom, dat Christus, nadat Hij ons met Zijn bloed gekocht en vrijgemaakt heeft, ons ook door Zijn Heilige Geest, tot Zijn evenbeeld vernieuwt.” >Je hoort weleens de uitdrukking dat rechtvaardiging en heiliging tweelingzussen zijn. Het leerboek wijst er dus op dat de heiligmaking volgt op de verlossing. Je hoort weleens de uitdrukking dat rechtvaardiging en heiliging tweelingzussen zijn. Ze horen bij elkaar. Wat betekent dit? Wel, wanneer de Heere je de zonden vergeeft, kan het niet anders dan dat je er ook naar verlangt om heilig te leven. Maar anderzijds ook dat je nooit heilig kunt leven wanneer je zonden niet zijn vergeven. :::shopify_product 1::: Ligt daar misschien de oorzaak dat het niet lukt? Omdat we misschien nooit een arme zondaar voor God geworden zijn en niet geproefd hebben van het grote wonder van de schuldvergeving? De liefde van Christus niet ervaren, dat Hij mij liefgehad heeft tot in de vervloekte kruisdood? Dan wordt het volgen van de Heere Jezus een ”moeten”. Dan krijgt het zo’n wettisch karakter. Dan lukt het niet omdat het in eigen kracht wordt gedaan. Het wonder van genade is dat de Heilige Geest het in mij werkt. Ik werd daarbij heel duidelijk bepaald toen we als gemeente zongen: „Wie heeft lust de Heere te vrezen, ’t Allerhoogst en eeuwig goed?” Dan volgt zo heel bemoedigend: „God zal Zelf zijn Leidsman wezen, leren hoe hij wandelen moet.” Daarom, als je Jezus wilt volgen en het is niet uit wederliefde tot Hem omdat Hij je verlost heeft uit je diepe zondennood, dan zal het ook nooit lukken. Maar wanneer je Hem mag kennen als je Zaligmaker, komt er in je hart een hartelijke wederliefde tot Hem en wordt het je gebed: „Leer mij naar Uw wil te handelen, ’k zal dan in Uw waarheid wandelen.” Dan mag je, ziende op Hem, ervaren: „Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.”