Lezen: Mattheüs 16:13-23 Daar staat Jezus tegenover Petrus. Ongevraagd duwt hij de Zaligmaker in een positie waarin Jezus geen kant meer op kan. De woorden „Heere, wees u genadig; dit zal U geenszins geschieden!” (Mattheüs 16:22), bieden Jezus geen ruimte voor nadere uitleg of het stellen van tegenvragen. Wat Jezus ook van plan is, Zijn voornemen om te willen lijden en sterven gebeurt gewoon niet, zo vertrouwt Petrus Jezus vastberaden toe. Maar dan gebeurt er iets waarmee Petrus geen rekening heeft gehouden. Jezus draait Zich om en gaat met de rug naar Hem staan. Over Zijn rug heen beveelt Jezus: „Ga weg achter Mij, satanas!” Nu gebeuren een paar dingen tegelijkertijd. Met deze beweging draait Jezus van het ene op het andere moment de rollen om. Petrus heerst niet langer meer over Jezus, maar staat achter Hem. Vervolgens keert Jezus Zich af van Petrus. Hij neemt afstand van hem. Petrus krijgt geen grip op Jezus, laat staan op de komende gebeurtenissen. Ook plaatst Jezus Petrus in een unieke positie, door hem aan te spreken met ”satanas”. >De wil van de Zoon om de Vader te verheerlijken is de achilleshiel van Zijn liefde tot de Zijnen. Nu Petrus achter Jezus staat, behoort hij niet langer tot Jezus’ discipelen. Hij bevindt zich ook niet op neutraal terrein. Integendeel, hij staat in het kamp van de grote tegenstander, de satan. Van het een op het andere moment is Petrus voor Jezus een aanstoot, een struikelsteen. Petrus blokkeert Jezus op Zijn weg naar kruis, graf en opstanding. Met het laten zien van Zijn rug stelt Jezus Zich ogenschijnlijk uiterst kwetsbaar op. Immers wie de vijand in zijn rug heeft, is verloren. Maar hier vertoont de Zaligmaker met Zijn kwetsbaarheid juist Zijn vrijmacht. In Zijn kwetsbaarheid triomfeert Hij over de duistere macht. Jezus’ kwetsbaarheid is immers Zijn kracht. Zijn liefde is totaal afhankelijk van Zijn gehoorzaamheid aan Zijn Vader. De wil van de Zoon om de wil van de Vader te verheerlijken is de achilleshiel van Jezus’ liefde tot de Zijnen. Die kwetsbare plek bezeert Petrus, waarom Jezus Zich geraakt met een ruk wegdraait van hem. Maar die pijn verdiept Jezus’ liefde tot Petrus. Het maakt Hem vastberaden om te willen lijden en sterven, ook voor Petrus.