Lezen: Deuteronomium 25:5-10 Na de dood van Er roept Juda zijn tweede zoon Onan bij zich. Hij beveelt hem om bij zijn schoonzus Thamar een kind te verwekken. In vers 5 staat letterlijk: „Heb seksuele gemeenschap met je schoonzus en doe de plicht van een zwager door nageslacht voor je broer te verwekken.” Onan hoeft dus niet met Thamar te huwen, als hij maar een zoon bij haar verwekt. Zijn seksuele omgang met zijn schoonzus Thamar staat in het teken van Er, zijn overleden broer, een woord dat in vers 5 en 6 vijfmaal kort na elkaar staat. Juda is geobserveerd door zijn hartstochtelijke wens van nageslacht via Er, zijn eerstgeborene. Daarvoor schakelt hij zijn tweede zoon Onan in. Door te benadrukken dat Er ”jouw broer” is, werkt Juda op het gemoed van zijn zoon Onan. Wat zijn schoondochter van het plan vindt, interesseert Juda niet. Sterker nog, in plaats van Thamar bij haar naam te noemen, heeft hij het over ”jouw schoonzus”. Juda wil maar een ding: een erfgenaam. Later kan hij dan aan hem het eerstgeboorterecht op de erfenis schenken. Zonder protest gaat Onan op dit voorstel van zijn vader in. Hij heeft seksuele gemeenschap met zijn schoonzus, maar vlak voor de zaadlozing, breekt hij de gemeenschap af. Daardoor valt zijn sperma op de grond. Dat gebeurt niet eenmalig, zo wordt duidelijk uit vers 9: „zo geschiedde het, telkens wanneer hij de echtgenote van zijn broer penetreerde …” Onan wekt de schijn bij zijn vader dat hij aan diens verzoek voldoet. Ondertussen voorkomt hij dat Thamar zwanger raakt; hij verkracht haar. Want ook Onan denkt aan de erfenis. Hij weet dat wanneer Thamar kinderloos blijft, zij niet erft. Dan wordt het erfdeel van zijn overleden broer verdeeld onder hem en zijn broertje Sela. Daarvoor bedriegt hij zijn eigen vader en vernedert hij zijn schoonzus. Zie hier, het leven van de tweede zoon van Juda. Voor deze wereld heeft Juda gekozen toen hij de tent van vader Jakob verliet. Nu plukt hij de bittere vruchten van een leven zonder Israëls God. Maar wat niemand kan weten van Onans weerzinwekkend handelen, ziet God wel. Hij doodt Onan om wat hij doet (Gen. 38:10). :::author_streamer 1:::