Lezen: Genesis 38: 24-30 Juda is een eergevoelig man. Dat bewees hij nog kortgeleden. Direct na aankomst bij zijn kudden in Timna zond hij zijn goede vriend Hira met een geitenbokje terug naar de plaats waar hij een prostitué ontmoette. Hira vond haar echter niet. Ook de inwoners van die plaats konden hem niet helpen. Volgens hen was er geen hoer geweest (Gen. 38:21). Wanneer Hira terugkeert bij Juda in Timna reageert Juda opmerkelijk: „Zij neme het voor zich, opdat wij misschien niet tot schande worden; zie ik heb deze bok gezonden, maar gij hebt haar niet gevonden (Gen. 38:23).” Met andere woorden: Jammer voor haar, maar mij kan niemand beschuldigen van bedrog. Wanneer ik word aangeklaagd bewijzen die voorwerpen mijn onschuld. Het komt Juda trouwens ook goed uit dat Hira overal bij was. In geval van een aanklacht tegen hem, is zijn goede vriend getuige. En zo heeft Juda zijn eer veiliggesteld. Maar dan nu dit! Zijn schoondochter is zwanger. Via via is dit Juda ter ore gekomen. De omgeving staat direct klaar met een oordeel: „Thamar, uw schoondochter, heeft gehoereerd! Ze is ook nog eens zwanger geraakt door hoererij (Gen. 38:24)!” Vooral de woorden „uw schoondochter” grieven Juda. Om zijn eergevoel te begrijpen, moeten we ons realiseren dat Juda zijn zoon Sela als man heeft toegezegd aan Thamar. Die bewilligde in deze toezegging. Daardoor verbond zij zich blijvend aan het huis van haar schoonvader. Dat Thamar daarmee vrijwillig een nieuwe toekomst zich ontzegde, daar had Juda geen boodschap aan. Als jonge weduwe was ze immers vrij om te gaan en te staan waar ze maar wilde. Maar door het inwilligen van het verzoek van haar schoonvader verbond ze zich vrijwillig aan Juda’s huis. Haar zwangerschap tast Juda aan in zijn eer en bezoedelt Er, Onan en Sela, de drie zonen van Juda. Ook kan de naam van de eerstgeborene niet meer in de lijn van de geslachten worden voortgezet. Alles wat Juda voor ogen had, heeft Thamar verruïneerd. Kortom: Thamar heeft Juda’s eer bezoedeld, Sela bedrogen en door haar is Juda’s hoop op nageslacht voorgoed vervlogen. Zijn besluit staat vast: Thamar, zijn schoondochter, moet worden verbrand. :::author_streamer 1::: _Ds. C.P. de Boer is christelijk gereformeerd predikant te Renswoude en docent aan het HHS te Amsterdam._ _ _