Bij de deur verwelkom ik alle 21 kinderen. Sommigen kijken vrolijk naar me, anderen wat verlegen. Als iedereen zit, kijken 42 ogen mij verwachtingsvol aan. De nieuwe juf, spannend! Toch wel wat zenuwachtig vertel ik wie ik ben en wat ik het leukste vind aan juf-zijn. Terwijl ik praat, kijk ik de klas rond en zie ik nog maar 41 ogen op me gericht. Even ben ik in de war. Na mijn voorstelrondje en het kennismaken met de klas is de spanning van me afgegleden en voel ik me helemaal welkom in groep 5-6. Na het Bijbelverhaal beginnen we met de rekenles. Aan alle groene bolletjes in het volgsysteem op mijn laptop te zien, hebben de leerlingen helemaal door waarover we werken. Rode bolletjes maken mij alert, en ik help de leerlingen die er moeite mee hebben. Een van de kinderen geef ik de tip om zijn uitrekenschrift naast z’n laptop te houden, zodat hij de sommen makkelijker kan optellen. Na vijftig minuten rekenen voel ik de pauze aankomen. Wiebelende benen en fluisterende stemmen wijzen me erop dat de klas daar wel aan toe is. Sam (niet z’n echte naam) komt met zijn broodtrommel onder z’n arm naar me toe. Met een vuist uitgestoken richting mij, zegt hij: „Juf, raad eens wat er in mijn hand zit.” Ik denk diep na. „Een koekje misschien, of een lekker snoepje?” „Nee juf, kijk maar”, zegt hij met een grijns. Langzaam vouwen zijn vingers open en ik kijk recht in een oog. Zíjn oog. Even schrik ik en Sam schatert het uit. „Ik heb een nep-oog, juf; dat kan ik eruit halen. Hij wordt een beetje te klein voor mijn oog, dus pak ik hem er soms uit.” Als ik na de pauze aan de taalles wil beginnen, kijk ik de klas rond. „Graag alle ogen naar de juf”, hoor ik mezelf zeggen. Na een paar tellen zijn alle 42 ogen op mij gericht en wachten de leerlingen tot ik met de uitleg zal beginnen. Ik zet ze zelfstandig aan het werk en wijs hun erop dat ze hun antwoorden moeten nakijken. Wanneer ik de les ga evalueren, kijk ik snel even in Sams richting. Nu zie ik dat hij nog maar één oogje op de juf heeft.