Voor mij is knolselderijsoep een echte traktatie. Die smáken! Dat aardse, nootachtige van de knolselderij. Het fris-scherpe van de mosterd. Het zachte, romige van de crème fraîche. En dan ook nog het peperige van de goede olijfolie. Dat alles bij elkaar is knolselderijsoep en daar word ik bijna lyrisch van. Wonderlijk toch, dat je met zo’n ondergewaardeerde, lelijke knol zoiets lekkers kunt maken? Want laten we eerlijk zijn: een knolselderij is nu niet meteen moeders mooiste. :::author_streamer 1::: ## Ingrediënten - 150 g bacon - 1 el tarwebloem - 1 ui - 2 teentjes knoflook - 2 stengels bleekselderij - 1 selderijknol (circa 800 g) - 1 l kippenbouillon - 100 ml crème fraîche - 1 el scherpe mosterd - goede olijfolie - nootmuskaat ## Bereiding 1. Verwarm de oven voor op 200 graden. 2. Leg de plakjes bacon op een met bakpapier beklede bakplaat. Zorg dat de plakjes elkaar niet overlappen. 3. Zeef de tarwebloem heel dun over de baconplakjes. 4. Schuif de bakplaat in het midden van de hete oven en bak de bacon in 10 minuten krokant. Leg de plakjes op keukenpapier en laat afkoelen. 5. Snipper de ui, hak de knoflook fijn en snijd de stengels bleekselderij in stukjes. 6. Snijd de selderijknol in plakken. Snijd de schil ervan af. Snijd daarna de geschilde plakken in blokjes. 7. Breng de bouillon aan de kook. Doe alle gesneden groenten erin. Laat zachtjes pruttelen tot de knolselderij zacht is. 8. Pureer de soep met een staafmixer of in een blender. Roer de crème fraîche en de mosterd erdoor. Schep de soep in borden of kommen. 9. Verkruimel de bacon en strooi wat krokante bacon over de soep. Maak af met een scheutje goede olijfolie en een snuf nootmuskaat. Een extra schepje crème fraîche erop is ook erg lekker.