Hoewel we in de decembermaand nog wat dooi hebben, blijft er toch een dun laagje sneeuw liggen. Het is voldoende om op deze koude oudejaarsmiddag in een witte wereld oliebollen te bakken. De mix heb ik onlangs uit Nederland meegenomen. Beer zit met zijn natte neus bijna boven op de frituurpan. Kerstmuziek schalt via mijn telefoon onder het afdak uit. En dat ik al bakkend van dit alles uitbundig geniet, komt alleen maar doordat ik geen idee heb van wat tante Nel ondertussen in haar schild voert... Tante toert op deze laatste morgen van het jaar nog even met haar Jimny naar Petauer, om de elektricien een rode amaryllis te brengen. Ze treft hem aan op een muurtje in zijn geitenstal, waar hij stil zit te peinzen. Zijn enige dochter zal de oudejaarsavond bij haar schoonfamilie doorbrengen. Petauer begrijpt het best, die mensen zijn aan de beurt, want vorig jaar waren de kinderen immers bij hem. Toch ziet hij wat tegen de eenzame jaarwisseling op. Diep in gedachten rijdt tante terug. „Dat is toch wat”, mompelt ze hardop achter het stuur. „Daar zit die arme Ernst in z’n uppie, terwijl ik gezellig omringd door Jenthe en haar hele gezin de oudejaarsnacht inga.” Zal ze vragen of Petauer ook uitgenodigd wordt? Tante twijfelt. Ze kan het mis hebben, maar soms heeft ze toch al zo’n vaag vermoeden dat er wat gemeesmuild wordt om haar en haar oude vriend… En dan, plotseling, krijgt ze een geniale ingeving. Een dun lachje breekt door op haar gerimpelde gezicht. „Há!” zegt ze. Dat ze daar niet eerder aan gedacht heeft! Het is immers heel simpel om een elektricien over de vloer te krijgen? Wánneer komt Petauer vanuit het dorp beneden altijd onmiddellijk op zijn pantoffeltjes naar haar familie op de berg? Júíst ja! Alleen… Ze fronst haar wenkbrauwen. Hoe veroorzaak je zo’n stroomstoring eigenlijk? Was er niet iets met water en elektriciteit? In de verte ziet ze Jenthes huis met de witte muts al opdoemen, maar tante gooit het stuur om voor een extra rondje. Een beetje bedenktijd heeft ze nodig. Water. Stroom. Kortsluiting. Maar hoe? Hè, wat vervelend nou, dat ze zo atechnisch is. Opnieuw gaat er bij tante Nel echter een lampje branden. Wacht eens even, door een gebroken snoertje valt toch zeker ook het licht uit? En voldaan stuurt ze op huis aan. Die goeie Ernst zal deze avond delen in de gezelligheid. En dat zij daar persoonlijk voor gaat zorgen, dat hoeft niemand te merken. Als we ons die avond in de Stube rondom de tafel met de brandende kaarsen scharen, bij de dampende chocolademelk en de geurende oliebollen, zakt tante niet in haar vertrouwde stoel neer. Ze kruipt dit keer in een hoekje op de bank onder de staande schemerlamp. Even kijk ik met opgetrokken wenkbrauwen haar kant uit. Zou haar eigen stoel niet goed genoeg meer zijn? En wat heeft ze trouwens op haar lippen gesmeerd? Vaseline? Is dat vanwege de koude lucht of beschouwt ze het glanzende goedje als een soort legale lippenstift? Op haar knot heeft ze vanavond ook duidelijk extra goed haar best gedaan. Het volgende moment word ik alweer afgeleid door alle feestvreugde in het vertrek. Aan tante besteed ik geen aandacht meer. En dat er uit de zak van haar jurk een nagelschaartje steekt, dat ontgaat mij totaal.