Het lukt me vanavond niet mijn aandacht bij m’n borduurwerk te houden. Achterdochtig gaat mijn blik telkens naar de telefoon op de bank tegenover me. „Hij knetterde!” heeft Laura me verschrikt verteld, terwijl ze hem ter plekke uit haar handen liet glijden. „Ik zag een vonk, echt waar! Voorlopig raak ik ’m niet aan, hoor.” Ze heeft sowieso weinig plezier van haar refurbished iPhone. Telkens is er wat mee. Maar nu er ook nog eens vocht in de lens is gekomen, vertoont het ding wel heel enge symptomen. „Straks ontploft-ie!” zegt Laura nog, voordat ze verdwijnt, om zich deze avond niet meer te laten zien. Alle huisgenoten slapen al, het wordt ook voor mij bedtijd. Ik ruim mijn borduurwerk op en staar peinzend naar de telefoon. Wat nu? Ik kan toch zeker niet naar boven gaan, terwijl dat probleemgeval hier achterblijft in de ”Stube” van ons houten huis? Behoedzaam stap ik op de bank af. Alsof het een tikkende tijdbom betreft, neem ik de telefoon tussen duim en wijsvinger, houd hem zo ver mogelijk van me af en deponeer hem op het terras. Met een zucht van opluchting sluit ik de buitendeur achter me. De volgende dag staan Laura en Mart met hondje Ollie bij een telefoonwinkel in Klagenfurt. Meewarig schudt de verkoper zijn hoofd. De vochtige Phone valt niet meer te redden. Met een gloednieuw toestel stapt het tweetal een tijdje later de zaak uit. Laura besluit haar dag niet te laten verknoeien, maar ondanks deze strop te gaan genieten van een uitstapje naar Italië met Mart. Samen dwalen ze op deze stralende nazomerdag door een mooie, oude stad net over de grens. Totdat ze – bij de auto teruggekomen – een waterfles uit een tas halen. „Hij is loeiheet!” zegt Laura verbaasd. „Hoe kan dat?” Ze graait opnieuw in haar tas en … brandt bijna haar vinger aan haar oude iPhone, die daar nog in zit. Verschrikt staren ze beiden naar het apparaat. Het lijkt uitgeschakeld, maar is kennelijk toch actief. „De hele auto had wel in de fik kunnen vliegen”, stelt Mart fronsend vast. „Hier gaan we niet mee rijden”, besluit Laura. Het ‘explosief’ in de parkeergarage achterlaten, is echter ook geen optie. Ze bellen naar de Klagenfurter telefoonzaak waar ze die morgen waren, en de enige oplossing die de verkoper kan bedenken, is dat ze wachten tot de accu helemaal leeg is. „Maar wie weet hoelang dat gaat duren …” kreunt Laura. „En we hadden al zo’n honger”, zucht Mart. Via internet vindt hij een telefoonwinkel in de Italiaanse stad waar ze zijn. Met het enge apparaat in een papieren zakje op armlengte van zich af, sjouwen ze moe en met rammelende magen door de steile straten, Ollie sjokkend in hun kielzog. De Italiaan biedt aan de telefoon voor zijn rekening te nemen. Moeten ze wel drie tientjes dokken … Gaar van al het gedoe, doen ze dat dan maar. Eindelijk is het probleem opgelost en kunnen ze naar de auto terug om op weg te gaan naar de populaire pizzaria net buiten de stad. Toch duurt het nog even voordat ze daar zijn, want Ollie is niet vooruit te branden. De anders altijd dartelende pup sleept zich voort. Het Italiaanse avontuur lijkt hem totaal te hebben uitgeput. Of … is er iets anders aan de hand? _Volgende keer: Onrust om Ollie_