Maandag

mathilde-2607-site

Er is ooit een verpleegkundige geweest die de vinger op de zere plek gelegd heeft bij me.

"Ben je bang dat een ander niet zien kan wat voor waarde Jona voor jou heeft?" vroeg ze.

Ik heb staan huilen. Dat was de zere plek. Ik drukte hem nog dichter tegen me aan. Bij mij was hij veilig. Ik zou hem niets doen. Niet prikken met vervelende naalden, niet laten huilen als ik geen tijd had, ik zou hem troosten als hij verdrietig was.

Bergen verzetten.

Altijd.

Dat onvoorwaardelijke, dat had alleen ik voor hem. Sebas ook, maar toch ook weer anders dan ik. Als hij oververmoeid was, ging hij slapen. Hij kon weer beter zijn grenzen aangeven en daardoor mijn stabiele factor zijn. Ik ging over grenzen heen, ik gaf Jona alles wat hij nodig had. Waar een ander de handen van hem af trok, het niet meer wist, klemde ik hem nog dichter tegen me aan.

Hij is me zo veel waard. Nog steeds. Ik zou nog steeds bergen verzetten voor hem als het nodig was.

Een ander niet.

Klinkt zo cru hè. Maar zo was het wel. Soms welt ineens het verdriet en de pijn daarvan weer op, als ik denk aan de laatste dagen van Jona hier op aarde. Op een woensdag overleed hij en het weekend daaraan voorafgaand ging het zo mis. Vrijdagmiddag rond half vier zat de specialist nog bij ons in het kleine kamertje daar op de zesde verdieping van het ziekenhuis. Ik vroeg hem te opereren.

"Het is nu weekend", zei hij. "Maandag kijken we weer verder."

Dat weekend ging het steeds verder achteruit. Toen ik na talloze keren vragen nog steeds nul op rekest kreeg, kreeg ik bijna kortsluiting. Ik rende tegen muren op en zag mijn kind door mijn handen glippen. Zagen zij het dan niet?!

Uiteindelijk kwam de specialist, op zondagmiddag. Hij schrok. Wist niet dat het zo erg was en durfde nu niet meer te opereren. Het was te laat. Die maandag namen we Jona mee naar huis, onder leiding van zijn eigen arts, die wel alles ervoor deed om deze wens voor ons te vervullen.

Nu, ruim een jaar na dato, raakt het me nog zo. Misschien juist wel nu, nu ander verdriet de ruimte al gehad heeft om er te zijn.

Het gevoel dat ik bergen wilde verzetten, maar een ander mij daarbij niet hielp, steekt. Hij was te laat. Hij was gewoon te laat.

Het is niet gezegd dat Jona het wel gered had als hij op tijd geopereerd was aan een sonde in de darm. Maar het was nog een mogelijkheid. Tot het moment dat hij er zo slecht aan toe was dat niemand dat nog durfde, uit angst dat hij op de operatietafel zou overlijden.

Voor mij was er niets belangrijker dan mijn kind. Voor mij van onschatbare waarde.

Hij was zo broos, zo kwetsbaar. Hij had het nodig dat iemand zijn stem was, zijn handen en voeten.

Ik liet hem soms achter bij een ander, bij Sebas of de PGB’ers en soms even bij een familielid. Maar in het ziekenhuis nooit. Sommigen doen hun werk met bezieling, maar sommigen ook niet. Zo is het met al het werk wat er bestaat. Maar de zorg is zoiets kwetsbaars. Iets voor mensen betekenen in hun ziekte en zwakte is prachtig. We hebben artsen en verpleegkundigen leren kennen die ons nog nauw aan het hart liggen. Die mijn vertrouwen gewonnen hadden en zagen van wat voor waarde hij is voor mij.

Maar juist in die kwetsbaarheid van ziekte of zwakte, kun je ook veel stuk maken. Mensen houden trauma's over aan zulke dingen, verliezen voor altijd het vertrouwen in een ander, omdat diegene in hun kwetsbaarste moment niet het juiste deed, niet begripvol of welwillend was. Als je nu niet begrijpen kunt waar ik het over heb, dan wens ik je toe dat dat zo blijft. Dan ken je dat gelukkig niet. En als je ooit wel in aanraking komt met zorg of ziekenhuis, dan hoop ik dat je fijne mensen treft. Want ze bestaan.

Maar ik zal me misschien voor altijd wel afvragen of het niet anders was gegaan als de betrokken specialist die bewuste vrijdag gehandeld had.

Het zal me misschien altijd wel verdriet blijven doen dat ik bergen wilde verzetten, maar hij in mijn ogen niet en daarmee de kans die Jona nog had, ontnam. Misschien niet bewust, maar misschien zag hij ook wel niet de waarde die dit kind in het leven had.

Hij had dienst, hij had moeten komen op de momenten dat ik erom vroeg. Een moeder kent haar kind het beste, luister naar haar. Dat is wat ik ook als aandachtspunt meegegeven heb bij het evaluatiegesprek dat we acht weken na Jona's overlijden voerden met zijn eigen behandelend arts, al was zij niet degene die ik daarin iets kwalijk nam.

Het zijn gedachten in mijn hoofd. Vragen zal ik het hem niet meer, want het vertrouwen in een eerlijk antwoord ben ik kwijt. Misschien had hij wel goede wil, maar schatte hij de situatie echt verkeerd in. Niemand die het weet.

Maar mij doet het verdriet, omdat Jona voor mij van zulke grote waarde is en ik bergen voor hem wilde verzetten, maar een ander niet.

Auteur

Mathilde Beverloo-de Rooij

Volg ons lifestyle platform op instagram.