Als Maria binnenkomt en Elizabet begroet, springt het kind van Elizabet op van vreugde. Het is alsof het vanuit de baarmoeder een eregroet brengt aan zijn Meester. Elizabet geeft er, door de leiding van de Heilige Geest, woorden aan: „Vanwaar komt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt?” Dan is het de beurt aan Maria en zingt zij haar lofzang. Het is geen lofzang op haarzelf, maar op de Heere: „Mijn ziel maakt groot den Heere, en mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker; omdat Hij de nederigheid Zijner dienstmaagd heeft aangezien.” Het is opmerkelijk dat de lofzang van Maria vol staat met citaten uit het Oude Testament. Het is een bloemlezing van teksten die passen bij haar situatie. Maria zingt woorden uit Genesis, Exodus, Jesaja, 1 Samuël en de psalmen. Ze is een arm meisje uit Nazareth. Boekrollen zal ze niet in haar bezit hebben gehad. Die waren erg duur en alleen voor rijke mensen te betalen. Hoe kan ze dan toch zo citeren uit het Oude Testament? Maria zal die kennis waarschijnlijk thuis hebben opgedaan en in de plaatselijke synagoge. Bijbelkennis is belangrijk. De Heere schakelt daar de geloofsopvoeding thuis en op school voor in en ook de kerkdienst. Maria heeft zo het Woord van de Heere gememoriseerd en zich eigen gemaakt. Ze bewaart de dingen van de Heere in haar hart. En als daar aanleiding toe is, zingt ze ervan. Zo zingt ze de lofzang, in aanloop naar de geboorte van haar Zoon. Zo mogen wij en onze kinderen dat ook doen. Als er aanleiding toe is, zingen van de dingen van de Heere. De tijd van advent is aangebroken. Dat is toch bij uitstek een gelegenheid om de lofzang te zingen? De Zaligmaker komt! Zingt u mee? _Ds. S. Griffioen, Zeewolde_