Ondanks het feit dat-ie tijdens zijn laatste verblijf bij ons dwars door z’n hand boorde, blijkt Mart nog steeds goede herinneringen aan Karinthië te hebben. Hij laat zich er tenminste niet van weerhouden toch weer deze kant op te komen. Sterker nog, hij besluit te blijven en trekt bij ons in. Tante Nel haalt haar wenkbrauwen op, maar de kids zijn blij hun oude schoolvriend permanent in hun midden te hebben. Algauw ontdekt Mart dat de Nederlandse wagen waarmee hij gekomen is, alle zeilen bij moet zetten om tegen de hellingen op te komen. Zeker in de witte wereld waarin we momenteel leven, heeft het autootje het moeilijk. En dus schaft Mart iets anders aan. Een zwaardere motor en vierwielaandrijving moeten het rijden gemakkelijker maken, ook als hij straks begint aan de baan die hij inmiddels gevonden heeft, boven op een berg. In Oostenrijk is je kenteken niet aan je auto gekoppeld, maar aan je persoon. Mart kan niet wachten tot de inschrijving geregeld wordt en hij een paar nummerplaten mag ophalen. Als het eindelijk zover is, biedt Maarten aan even met hem mee te gaan. In Marts kleine koekblik uit Nederland rijden ze weg. Maar precies als ze het kantoor instappen, gaat Maartens telefoon. Vervolgens maakt hij rechtsomkeert, want in een volgend dorp blijkt de tandarts op hem te zitten wachten… Zo kan Mart zijn zaakjes zelf regelen, in de kersverse Karinthische taal. Het lukt hem wonderwel en met twee nummerplaten onder zijn arm wandelt hij even later door de besneeuwde straten, totdat Maarten hem oppikt. Nu popelt hij echt om zijn nieuwe aanwinst te gaan proberen. Hij moet nog even geduld hebben. Onderaan het weggetje naar ons huis zegt zijn oude autootje opeens: „Prrt, prrt.” En terwijl Mart zich tegen het hoofd slaat, stopt het ermee. „O nee, ik had moeten tanken!” verzucht Mart. En dan, tegen Maarten: „Ik weet een trucje: gewoon nog een keer starten!” Dat doet Maarten en ja, na drie pogingen slaat de oude auto zowaar weer aan en komen ze met de ‘lege tank’ toch thuis. Daar klikt Mart haastig de platen aan zijn nieuwe auto, klopt de sneeuw van z’n schoenen en springt in de glanzende Golf, terwijl ik op het erf sta om dit historische moment te filmen, en Maarten met zijn camera uit een raam van het huis hangt. De sleutel gaat in het contact en… „Ratratrat!” zegt de Golf. Mart probeert het nog eens. „Ratratrat!” klinkt het opnieuw. Dan laten Maarten en ik onze camera’s zakken en barsten in lachen uit. Met een jumpstarter heeft Mart zijn accu gelukkig in een handomdraai weer aan de praat en stralend scheurt hij naar beneden. Nog geen tien minuten later krijg ik via WhatsApp een foto van hem. Er staat een bekeuring op, die Mart zojuist kennelijk in ontvangst heeft mogen nemen, en die in keurig Duits een snelheidsovertreding vermeldt. De Golf doet het goed.