Mijn vrouw en ik waren een nachtje weg. Zonder kinderen (olé). Een hotelovernachting anno 2026 laat zich het beste omschrijven als ”schrikbarend duur”. Dus hadden we gewacht tot het laatste moment, hopend op geweldige lastminutedeals. Maar ook die zijn blijkbaar niet meer wat ze geweest zijn. Dus betaalden we ons alsnog scheel. Toen mijn vrouw en ik de hotelkamer betraden, vielen we allebei een beetje stil. Ik begon traditiegetrouw aan mijn inspectieronde. Van kapstok tot het aantal koffiecupjes: alles moet op zo’n moment nader bekeken worden (ieder zo z’n rare gewoontes). Zij begon over de stoffige gordijnen en de te kleine douche. Dit was die 240 euro (zonder ontbijt) nooit waard, dachten we allebei. Zeggen deden we dat niet. We móéten het leuk hebben, wisten we. Die nachtjes weg zonder kinderen zijn zeldzaam. Nu niet zeuren over weggegooid geld. :::author_streamer 1::: Bijkomend voordeel van dit hotel was dat onze kamer geen minibar had. Dus zagen we onszelf op een gegeven moment met twee zakjes gekolfde borstvoeding bij de hotelreceptie staan. De vriendelijke receptionist keek ons meewarig aan toen we in het Nederlands tekst en uitleg gaven. Hij bleek alleen Engels te kunnen. Dus mompelde mijn vrouw iets over ”breastfeeding” en struikelde ze over het woord ”refrigerator”. Uiteindelijk belandde de verse melk keurig tussen de colaflesjes in de koelkast onder de bar. Iedereen weet dat je in Amsterdam al tijden van geluk mag spreken als je je zwarte koffie in je moerstaal kunt bestellen. Maar ook in kledingwinkels en op terrassen buiten de grachtengordel is Engels steeds vaker de voertaal. Zelfs ”the good old Veluwe” schijnt niet aan die ontwikkeling te ontkomen. :::author_streamer 2::: Blijkbaar vinden Nederlandse jongens en meisjes het niet meer leuk om voor een minimumloon in de horeca te werken. Crypto, daytraden en dropshipping verdienen natuurlijk ook veel beter. Ik red me wel met mijn stotterende steenkolenengels en slechte zinsopbouw. Verder gewoon stug in het Nederlands blijven beginnen, is mijn advies. Vlak voor vertrek schoot mijn vrouw een schoonmaker aan. Aziatisch uiterlijk + alle overige hotelmedewerkers spraken ook Engels, was de rekensom die ze maakte. „Where are the toilets?” vroeg ze. „Wat zei u, mevrouw?” antwoordde de vrouw in accentloos Nederlands. ”Lesson learned”. _Robert van der Stelt is journalist, hardloper en vrolijke vader van twee kinderen. _