Ook Jennifer en Koen hadden een eerste afspraak. Negen weken zwanger en een beetje onwennig kwamen ze binnen. Allebei twintig jaar oud, samen een klushuisje opgeknapt, drie maanden geleden getrouwd, en nu: zwanger. Nog jong, heel jong, een beetje naïef misschien wel, in ieder geval totaal onbevangen. Na een huis en een huwelijk is deze volgende grote stap, een zwangerschap, voor hen bijna normaal. :::author_streamer 1::: We besluiten eerst de echo te maken, en die blijkt… niet goed. We zien een zwangerschap in de baarmoeder, een kindje van een week of zeven, maar geen kloppend hartje. En dat komt binnen, keihard. Heel stil en inwit zitten ze later weer aan mijn bureau. Ze houden elkaars hand vast en ik zie hen slikken. Vertwijfeld blikken ze naar elkaar, ontredderd en zoekend ook naar hoe je dit samen doet. Wat voel je, vraag ik haar even later, en bibberig komen dan de eerste tranen. Bij allebei, en een tijd doe ik niet anders dan hier ruimte voor geven. Normaliseren dat dit heel verdrietig is. En aanmoedigen om te delen wat ze voelen. Na een tijdje komen dan ook de vragen: hoe kan dit, waarom gebeurt dit, hebben we iets verkeerd gedaan, wat nu? Zo goed als ik kan beantwoord ik ze, al verwacht ik niet dat er veel echt binnenkomt. Na een tijdje zeg ik: „Ik denk dat het voor nu genoeg is, ga maar naar huis. Morgen bel ik nog even.” Samen gaan ze dan, Jennifer en Koen, twintig jaar oud en drie maanden getrouwd. Met op hun schouders ineens een stukje van „velerhande tegenspoed en kruis.” En behalve dat het medisch allemaal normaal zal gaan, hoop ik dat dit hen dichter bij elkaar brengt. Dat ze niet alleen samen kunnen lachen, werken en klussen, maar dat ze nu ook leren om samen te huilen.