Het begon met de ontdekking –na ruim 32 levensjaren– dat bewegen daadwerkelijk plezierig kan zijn. Mensen die spreken over „even lekker sporten” houden niet per definitie zichzelf of mij voor de gek. Ze kunnen daadwerkelijk zin hebben om te sporten. Een hele ontdekking. Eertijds beschouwde ik sporten als een energieverslindende, tijdverkwistende en totaal onproductieve en dus nutteloze bezigheid. Hoewel ik moest toegeven dat sporten –mits je het verstandig doet– niet ongezond hoeft te zijn. Verwonderlijk eigenlijk, want je zou verwachten dat je veel sneller zou slijten naarmate je meer beweegt, maar dat terzijde. Hoe dan ook, sporten beschouwde ik eerder als een licht-noodzakelijk kwaad dan als een potentiële bron van vreugde. Maar de tijd dat ik ongestraft een grote portie friet en frikandelspeciaaldubbeldekker naar binnen kon werken, ligt ver achter me. Door de jaren heen begon ik langzaam maat zeker te transformeren in een weekdier met botjes. >„Ik loop. Kilometers achter elkaar” De trend richting kwallenlijf moest gekeerd worden, besloot ik inmiddels een halfjaar geleden. En er is wat veranderd durf ik na een halfjaar –zolang heb ik een gezond voornemen nog nooit volgehouden– voorzichtig mee te delen. Ik kan hardlopen. Niet vijf keer per week en ook geen marathon, maar toch: ik loop. Kilometers achter elkaar. Op een drafje. En soms zelfs met een redelijk respectabel vaartje. En ik doe het structureel. Elke maandag- en vrijdagochtend om 7.15 uur. ”No matter what”. En ja, tot mijn eigen verbijstering heb ik er plezier in. In elk geval achteraf, maar vaak ook tijdens het lopen zelf. Het zweet gutst, mijn hart bonkt, de kuiten branden – en toch: plezier. Omdat mens-zijn simpelweg leuker is het kwallenleven. En omdat stofjes als endorfine en dopamine een ware traktatie zijn voor het brein. _Arien van Ginkel is vader van vier kinderen, onder wie een tweeling, en werkzaam als mediastrateeg._