„Wat is eerlijk?” vraagt hij. „Als iedereen er evenveel heeft”, zeg ik. „Maar deze” –hij houdt een joekel omhoog– „is véél groter dan deze” – nu wordt een mini-aardbei opgeheven. „Dan geef je één persoon die hele grote, en geef je alle andere twee kleine”„ antwoord ik. Het vereist wat begeleiding, maar na een tijdje zijn we er. Er liggen vijf stapeltjes; vier met twee aardbeien en één met één aardbei. „Wat moet ik met deze?” vraagt m’n helper nu. Hij stopt de aardbei bijna in m’n neus. Ik bekijk ’m van een afstandje. Hij is groter dan de kleine aardbeien die op tafel liggen, maar ook een stuk kleiner dan de aardbei van zojuist. >Wie iets meer krijgt dan gemiddeld, klaagt doorgaans niet „Dit is een wat grotere kleine aardbei”, probeer ik. „Als je daar nu een kleinere kleine bij legt, geef je elk groepje weer twee aardbeien.” Dit vereist nog wat meer begeleiding, want moet die grotere dan bij die hele grote of juist niet, maar we komen eruit. Op tafel liggen nog vier aardbeien. „Hoe moeten we deze verdelen?” vraagt zoonlief. Ik overweeg hem uit te leggen dat we uit elke aardbei één vijfde deel zouden kunnen snijden, maar eigenlijk heb ik gewoon trek in aardbeien. En de andere gezinsleden ook. Zij hebben de verdeling nauwlettend in de gaten gehouden en gezien dat er één stapel is met vier kleine aardbeien die allemaal groter zijn dan gemiddeld. Daar heeft elk kind nu begerig de zinnen op gezet. Dit wordt ruzie, vrees ik. Want niemand wil bij een eerlijke verdeling tóch iets minder krijgen dan de rest. Wie iets meer krijgt dan gemiddeld, klaag doorgaans niet. „Sorry”, zeg ik tegen zoonlief, die de exercitie ook wel moede is. „We gaan het anders doen.” Ik gooi alle aardbeien op een hoop en deel handjes uit aan de gegadigden. „,Eet smakelijk allemaal.” „Ik heb weinig”, pruilt de dochter. „Ik zie het”, zeg ik. „Jij hebt pech. Papa heeft iedereen een handje gegeven, en jij hebt de minste. De jongens hebben deze keer geluk. Een volgende keer heb jij misschien geluk. Wees blij voor de jongens en geniet van de aardbeitjes die je wel hebt.” En dat doet ze. Haar hele snoet is rood.