Ik kijk door het raam en zie dat hij wakker is geworden. „Ssst, ik ga even kijken”, zeg ik tegen mijn leerlingen, hopend dat ik wat tijd heb om alleen met hem te praten. Hij spreidt zijn lange armen wijd uit en geeft me een compliment. Gelijk daarna word ik wakker. „Och Heere, ik had zo graag wat langer met hem gehad”, verzucht ik. En meteen daarachteraan bedenk ik hoe absurd dit is. Ik praat tegen de Heere… Hij Die er altijd is en niet vergankelijk is. Een nieuwe dag. Een dag waarop ik al mijn zorgen weer in Zijn hand mag leggen. Kon ik ze daar maar laten, wat zou dat het leven makkelijker maken. En toch… Juist in moeilijke tijden, voel ik soms op bijzondere wijze dat de Heere zorgt. Al is het maar dat opeens twee ouders positieve feedback geven, precies op een moment dat ik het zo nodig heb. Alles wat vergankelijk is… wat moeten we daar veel minder waarde aan hechten. Zeker, liefhebben en waarderen mag en moet zelfs, maar altijd met de gedachte dat we het vroeg of laat moeten loslaten. Hoe steviger we iets vasthouden, hoe zeerder het doet als het van ons afgenomen wordt. :::author_streamer 1::: Ik had bezoek. Archie lag op schoot. Ik noemde hem vaak onze therapiekat. Hij had zo veel vreugde in huis gebracht. Ik vertelde hoe lief hij is. En wat is hij mooi, hè, met al die streepjes, voegde ik eraan toe. Het ging door me heen: Wees ook daar niet te gek mee, straks is hij weg. Het werd zondag. De zondag tijdens de Communion Season, waarop het Heilig Avondmaal bediend werd. Vreemd, normaal gesproken was Archie er ’s morgensvroeg altijd. Deze keer wachtte hij niet voor de deur. We riepen en schudden met de kattensnoepjes. We zochten, maar geen Archie. Katten blijven wel vaker een tijdje weg. Dagen verstreken. Een week ging voorbij. Geen Archie. Die zondag zat Grace met een stil, wit gezichtje naast me in de kerk. Haar grote bruine ogen stonden zo triest. Als ik naar haar keek, gaf ze me een moedige glimlach. De kattenbak werd buiten gezet. Dat schijnt een kat te helpen om de weg naar huis te vinden. Niet dat ik daar veel van verwachtte, want de kattenbak gebruikte Archie zo goed als nooit meer. Het overgebleven nat kattenvoer werd ook buiten gezet. Katten schijnen een erg sterke geur te hebben. Inmiddels is het kattenvoer klaar voor de prullenbak. En nog is er geen Archie. Ook de kat nog weg… De kinderen hebben al zo veel verdriet. „Heere bewaar me voor harde gedachten”, was mijn gebed. Voorspoed is niet altijd een zegen. Sterker nog, het is geen goed teken. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar… hebt goede moed! Voor alles een reden. Hoe onbegrijpelijk en donker de weg, hoe zwaarder hier op aarde, hoe heerlijker de hemel zal zijn. Juist in zware, moeilijke tijden, ervaar ik die zekerheid waar ik naar verlang het meest.