Deze Terdege is gefocust op vakantie. Dat woord komt van het Latijnse werkwoord vaco, en de betekenis daarvan is: vrij zijn, onbezet zijn. Een werkwoord zonder veel werkzaamheden, derhalve. De Engelsen gebruiken het woord holiday, heilige dag. Stof tot nadenken te over. In ieder geval is vakantie een periode waarin we even op adem mogen komen. Dat betekent overigens niet lamlendig luieren, want ledigheid is des duivels oorkussen, leert Gods Woord ons. Voor het geval men beweren wil dat vakantie niet in de Bijbel voorkomt, mogen we verwijzen naar de grote feesten, waarin de Israëliet een week lang ontslagen was van gewone werkzaamheden. Bij het Loofhuttenfeest bijvoorbeeld, woonde men zelfs een week in een loofhut. Men ging dus kamperen. Het waren echter ook heilige dagen. Men herdacht de grote daden van God. Dat zou weleens wat meer aandacht mogen hebben. Spurgeon merkte ooit op: „Laat uw holiday holy days zijn.” Vaak weet de vakantieganger te verhalen wat hij allemaal gezien heeft, hoe ver hij reed en wat hij at. Van wat God deed ondervinden, vernemen we dan niet zo veel. Ik herinner me een gemeentelid dat niet met vakantie ging, maar in die tijd bij een weekdienst wel bijzonder getroost werd vanuit het Woord. Toen iemand tegenover hem opgaf van de Alpen die hij in de vakantie gezien had alsmede de heerlijke vergezichten, antwoordde de thuisblijver: „Het zal allemaal wel heel mooi geweest zijn maar het is niet te vergelijken met wat de Heere mij deed ondervinden.” In de dagen van de Deventer predikant Jacobus Revius waren vakantiereizen voor de doorsnee Nederlander niet weggelegd. Maar er waren uitzonderingen. Revius kwam ook met hen in aanraking. Trouwens, zelf heeft hij voor studie een tijd in Frankrijk gebivakkeerd en de nodige kennis opgedaan voor zijn dichterskunst. Hij bezocht de geboorteplaats van Clement Marot, die –in opdracht van Calvijn– een groot aantal psalmen in het Frans berijmde. Toch was hij niet zo onder de indruk van alle verhalen die hem van reizigers ter ore kwamen. Hij had er geen kritiek op, maar maakte wel een kritische kanttekening: Wat batet veel gereyst in landen wijt-gelegen / Soo ghy niet in en gaet des Heeren smalle wegen? / Wat batet te besien soo menich schoone stat / Soo ghy het hemelrijck int herte niet bevat? / Wat batet dat ghy roemt van velerhande spraken / Indien des Geestes tael u niet en can vermaken? / Wat batet dat ghy weet, en vele daer van cout / Hoe hier of daer een weirt syn gasten onderhout / Indien ghy niet en weet hoe dat ghy moet onthalen / Dien Gast Die in u siel comt vanden hemel dalen? / Reist vrij ter plaetsen daer ghy vremde dingen siet, / Maer wacht u, en vervremt van uwen Schepper niet. Mogelijk schreef Revius dit schuldbewust. In de beschrijving van zijn tweejarige reis naar Frankrijk –die de helft van zijn autobiografie ineemt- rept hij namelijk nauwelijks van de Schepper. Hij heeft dat overigens later alsnog gedaan toen hij de psalmen berijmde, zoals in het eerste couplet van Psalm 19: Den hemel breet en wijt, / Int open-baer belijdt / Des Heeren macht seer sterck. / De locht gespannen uyt / Maeckt melding' overluyt / Van Syner handen werck. / d'Een dach seyt d'ander voort / Het ongevalschte woort / Van onser aller Heere, / d'Een nacht aen d'ander nacht / Geeft van Syn groote macht / Een wonderbare leere. _Ds. M. van Kooten, Lopik_