De zon schijnt in onze Stube als ik met een feestelijk gevoel mijn laptop aanzet. Twee tellen later staat Hallstatt op het scherm, de Oostenrijkse idylle waar Heidy en ik vanaf morgen twee dagen hopen te door te brengen. Ik zie sprookjesachtige foto’s van het dorp aan het blauwe bergmeer tussen de witbesneeuwde toppen. Elke reisgids en toeristische folder pronkt met deze highlight, dus als je in dit land woont, moet je daar toch eens naartoe. Met een geheimzinnig gezicht komt Maarten de kamer binnen. Hij gaat tompoezen maken, zegt hij. Verbaasd kijk ik op. Dat Hollandse gebak maakt hij alleen bij speciale gelegenheden, want het is een tijdrovend klusje. „Hoezo?” wil ik weten. „Elias heeft gevraagd of hij langs kan komen.” Sjonge. Elias komt inmiddels al heel wat maanden bij ons over de vloer, omdat hij het zacht gezegd heel goed kan vinden met onze Laura. En nu wil hij Maarten spreken…? De tompoezen staan klaar als de 25-jarige Oostenrijker uit onze kerk die middag een beetje bedremmeld en bleekjes binnenstapt. Ik heb hem allang in mijn hart gesloten en zie het met medelijden aan. Hij aarzelt even of hij het gebak zal nemen, want zijn maag is wat van streek, vertelt hij. Zo ziet hij er ook wel uit, ja. Laura is aan het werk, de anderen zitten op school. De koffie dampt, de stilte voelt ongemakkelijk. Of er nog nieuws is, wil Elias weten. De renovatiewerkzaamheden passeren de revue. Als Elias zich realiseert dat het gehoor van Maarten nog altijd te wensen overlaat, schuift hij behulpzaam zijn stoel dichter bij die van Maarten. Een nieuwe stilte valt, totdat Elias informeert naar de komst van de eerste gasten. En nog eentje, waarna hij de tompoezen maar ter sprake brengt. Hoewel ik het zo langzamerhand waarschijnlijk net zo warm heb als hij, moet ik inwendig glimlachen. Ik bijt op mijn lip. Kom nou maar op, jongen. Hij schraapt zijn keel. Eigenlijk is het niet voor het gebak gekomen, bekent hij. Hij zou heel graag willen dat Laura zijn vrouw werd. Daarvoor wil hij Maarten om toestemming vragen. Die krijgt hij, zegt Maarten eenvoudig. Onze ogen zijn toch wat vochtig als we met z’n drieën verder praten. Stiltes vallen er niet meer. En Elias wil wel blijven eten, zijn maagklachten zijn opeens over. Terwijl ik kook, klinkt vanuit de kamer een blikachtige stem uit een telefoon. „Hij is een man, dingdong. Zij is een vrouw, dingdong. Het is een kind, dingdong.” Elias zit ijverig zijn dagelijkse Duolingo-lesje te leren. Je moet er wat voor overhebben als je een Nederlands meisje trouwt. Heidy komt thuis en smijt blij haar schooltas in een hoek. „Hebt u al ingepakt? O, grüß dir, Elias.” Ingepakt? Even heb ik geen idee waar dit over gaat. Ah ja, morgen naar Hallstatt! Helemaal meer aan gedacht. Hoe zou ik ook. Vandaag gaven we in ons beste Duits onze oudste dochter weg, daar valt elke andere Oostenrijkse highlight toch even bij in het niet.