Ik neem je mee naar mijn stageperiode waar destijds een borrel werd besteld bij een plaatselijke zaak. Aan het eind mocht ik – zoals het een stagiair betaamt – het servies terugbrengen. Ik was letterlijk nog geen minuut binnen. Later op kantoor kwam een collega ineens óp mijn bureau zitten. Lichtelijk ongemakkelijk. „Zou jij een keer op date willen?” Op date?! Blijkbaar had de man van de winkel gevraagd wie ik was. Hij vond mij interessant. Uiteindelijk mocht hij mijn nummer krijgen. Mijn vader keek er anders naar. Hij had moeite met zijn grondhouding; mijn date wilde mij niet thuis ophalen en hij vroeg of ik niet bij mijn zus kon logeren. Dat vond mijn vader niet passen. Toch ging ik. :::author_streamer 1::: Die avond stond ik me bij mijn zus om te kleden. Ineens ging de voordeurbel. Véél eerder dan afgesproken. Ik was amper aangekleed en schrok me rot. Mijn zus riep dat ik maar open moest doen. Bleek zij het zelf te zijn, wat een grap! Ik schrok me helemaal naar… Uiteindelijk stuurde hij een berichtje dat hij er was. Aanbellen deed hij niet. We reden weg en nog geen paar minuten later reed hij een heel stuk over het fietspad. Ik dacht alleen maar: volgens mij zijn we allebei behoorlijk zenuwachtig. Van de date herinner ik me vooral twee vragen: waarom ik stage liep bij dat bedrijf en wat voor werk mijn vader deed. Op zichzelf gewone vragen. Toch voelde die laatste ongemakkelijk. Ik had geleerd dat zo'n vraag soms ook iets kan zeggen over afkomst, status of geld. Misschien bedoelde hij dat helemaal niet. Maar zo kwam het bij mij binnen. Heel snel wist ik het eigenlijk al. Dit werd hem niet.