De oude, leren orgelbank kraakt als Peter Wildeman (1972) plaatsneemt achter het orgel, een Van Oeckelen uit 1841, in de Rehobothkerk van Tholen. Blindelings trekt hij een paar registers uit. Zijn voeten rusten boven de pedalen. „Kijk, reformatorische sokken”, grijnst Peter en hij hijst zijn broekspijp iets op, zodat regels bladmuziek zichtbaar worden. „Op hele noten mét bovenstem.” Zodra hij de toetsen raakt, waan je je niet meer in een koude, lege kerkzaal, maar in een concertgebouw. Een juichende psalmbewerking verwarmt het hart. Met het grootste gemak roffelt hij het smalle wenteltrapje af, sluit de kerkdeur met zijn eigen sleutel en stapt stevig door naar huis, nog geen 250 meter verderop. Prominent in de woonkamer staat een glanzende, zwarte vleugel. Zijn pak wisselt Peter snel om voor een spijkerbroek met overhemd. „Ik draag liever iets comfortabels”, licht hij toe. Het is tekenend voor de manier waarop de dirigent en organist in het leven staat. Want hoewel hij best bekend is binnen kerkelijk Nederland, blijft hij toch de jongen uit Lisse die in de zomer eindeloos bollen stond te pellen. ## Popliedjes zingen Peter groeide samen met zijn tweelingzus op als de jongsten in een gezin van vier kinderen. Vooral het orgel en de platenspeler in huize Wildeman speelden een grote rol in zijn kinderjaren. „Als 5-jarige speelde ik Feike Asma na en vanaf m’n 7e jaar kreeg ik orgelles. Dat heb ik tot mijn 20e gedaan, later ook met piano erbij. Tussendoor wisselde ik weleens van docent.” Hoewel zijn middelbareschooladvies havo/vwo luidde, besloot Peter dat hij toch liever bij zijn vrienden in de klas wilde komen op de breed-christelijke mavo. „Tijdens de muzieklessen moesten we popliedjes zingen, van The Beatles bijvoorbeeld”, grinnikt Peter. „Ik moest ook een keer solozingen. Vréselijk! Ik had echt een verschrikkelijke hekel aan zingen. Dat klinkt misschien raar, want nu sta ik alleen maar te zingen.” Toch trok de muziek. Na de mavo wist hij het zeker: hier wilde hij in verder. Hoewel... ober was ook nog een reële optie, aangezien hij het bollen pellen in de vakanties „een beetje zat” was. Hij verruilde de bollenschuur tijdelijk voor hotels in de regio, maar zette zijn zinnen op het conservatorium. Met een mavo-diploma werd dat echter lastig en ook vader Wildeman was niet zo enthousiast. Er was geen droog brood mee te verdienen, dacht hij. Met frisse tegenzin Peter ging naar de meao in Amersfoort. Maar ook daar was de muziek nooit ver weg. „Er was een jaar waarin ik meer achter het orgel in de Sint-Joriskerk zat dan op school”, peinst Peter. „Tja, dat jaar heb ik dus niet gehaald.” Op zijn 15e begeleidde hij zijn eerste koor. Van muziekleraar Cees het Jonk kreeg hij les in koordirectie „Toen ik koud van school af was, had ik al een paar koren waarvan ik dirigent was.” Daar kon hij echter niet van rondkomen en de banen lagen niet voor het oprapen toen Peter eenmaal zijn diploma op zak had. De helft van de week werd hij ambtenaar in Noordwijkerhout. Hij schudt lachend zijn hoofd. „Ik moest lantaarnpalen en verkeersborden tellen en inventariseren.” De andere helft van de week gebruikte hij om zijn eigen bedrijfje Interclassic Music op te starten, concerten te organiseren en opnames te maken. „Met een standje stond ik dan op de Wegwijsbeurs mijn cd’s te slijten.” ## Jongedame Tijdens de repetities van het jongerenkoor Euphonia in Tholen viel Peters oog op een aantrekkelijke jongedame. „Ik dacht: hé, daar moet ik werk van maken”, glimlacht hij. Hij trouwde met Ingrid en verhuisde naar Zeeland. „Zo is de cirkel weer rond, want mijn moeder komt oorspronkelijk uit Borssele en verhuisde destijds met mijn vader mee naar Lisse.” Niet alleen op persoonlijk vlak veranderde er veel, maar Peter besloot ook om zich volledig te richten op het dirigeren van koren, het uitgeven van cd’s en bladmuziek en het organiseren van concerten en muziekreizen. „Muziek is mijn onderneming”, zegt hij enthousiast. „Zelf de kar trekken vind ik leuk. Ik zou niet veel uitdaging hebben als ik een baas boven me had en van acht tot vijf op een kantoor zou zitten.” Overdag organiseert hij vanuit zijn kantoor aan huis de koren, concerten en reizen. Bij enkele vaste koren is hij in dienst, maar de projectkoren organiseert hij voornamelijk zelf met behulp van uitstekende bestuurders. „Je ziet steeds meer dat mensen niet week in week uit gebonden willen zijn aan een koor. Een projectkoor duurt een maand of vier, je geeft een paar mooie concerten en dan is het klaar. Met het Reformatiekoor gaan we volgend jaar naar Zwitserland en met het Bevrijdingskoor naar de Belgische Ardennen.” Twee keer per jaar doet hij een tour in Amerika en Canada. „Mijn doel is om alle muziek uiteindelijk naar een hoger niveau te tillen. Daar ben ik vooral mee bezig sinds de flashmob in de Tweede Kamer met het lied ”Amazing grace”. Daarvoor stelde ik een groep samen met de beste zangers die ik kon vinden. Muzikaal wil ik steeds méér bieden.” ## Vrijdag familiedag De keerzijde van de muzikale medaille is dat Peter bijna elke avond en elk weekend op pad is, precies wanneer de rest van het gezin thuis is. „Ik heb het voorrecht dat we vaak met vakan-tie gaan. Dat doen we heel bewust om als gezin bij elkaar te zijn.” Met een knipoog: „En ik heb een heel makkelijke vrouw. Doordeweeks gaan we redelijk ons eigen gang, dat moet ook wel met mijn werk.” Vrijdag is standaard familiedag. „Ik probeer die dag echt vrij te houden en we gaan dan iets leuks doen en zijn bij elkaar. Heel gezellig.” De decembermaand is een uitzondering; bijna elke avond staat er een concert op de agenda. „Als het laatste concert achter de rug is, stappen we met z’n allen in de auto en gaan we er een paar dagen tussenuit. Even een week met elkaar.” Die tijd met elkaar is nog belangrijker sinds vorig jaar, toen het gezin een moeilijke periode doormaakte. Na een wintersportvakantie begon Ingrid steeds moeilijker te lopen en kwam ze in een rolstoel terecht. „Je denkt meteen het ergste”, vertelt Peter. „Ze konden maar niet vinden wat het was.” Uiteindelijk werd de diagnose CIDP gesteld. Door deze uiterst zeldzame spierziekte breekt het lichaam zelf het isolerende omhulsel van de zenuwen af, waardoor uitvalsverschijnselen ontstaan. Ingrid reageert gelukkig goed op de medicatie. „Het was heel bijzonder dat ze na vijf dagen alweer een beetje kon lopen. In de zomer kon ze zelfs alweer een bergwandeling maken”, zegt Peter verwonderd. Nog krijgt ze volgt elke drie weken een infuus, maar inmiddels kan Ingrid bijna alles weer, al is ze sneller moe. ## Vergrootglas Om echt tot rust te komen, kiest het gezin Wildeman niet zo snel voor de grote christelijke vakantieparken, waar de kans groot is dat mensen Peter kennen. „Er is vaak een hoop aandacht om mij heen. Ik geef er zelf helemaal niet om, maar vind het wel fijn om er helemaal uit te zijn.” Soms ervaart hij wel dat zijn leven onder een vergrootglas ligt. „Mensen letten op je, praten over je en vinden iets van je. Dat is nu eenmaal zo”, zegt hij nuchter. „Ik word wel blij van goede reacties na een concert en dan ben ik ook heus weleens een beetje trots. Maar ik houd er niet van als mensen naast hun schoenen gaan lopen als ze iets bereikt hebben. De muziek is een gave die ik heb gekregen, daar hoef ik niet mee te pronken.” Op de vraag hoe hij zijn eigen rol daarin dan ziet, blijft het even stil. „Eigenlijk doe ik niets anders dan het Woord doorgeven met de koorleden”, vindt Peter. „En dat doen we zingend. Augustinus zei al: zingen is twee keer bidden.” Enthousiast schuift hij naar het puntje van de bank. „Psalm 142 bijvoorbeeld: „’k Heb voor Zijn aangezicht mijn klacht...” In de compositie zie je de baslijn steeds een halve noot omlaaggaan en die eindigt dan heel laag bij het woordje ”klacht”. Het laatste vers is een lofzang en de tenorlijn komt daar heel sterk uit. Een enorm contrast binnen één lied. Fantastisch mooi als je dat zo mag uitbeelden. Zo raakt de Bijbel je nog meer.” Als de muziek en de tekst mooi zijn, blijft het mooi, vindt Peter. „Het is nooit een automatische piloot. Muziek doet altijd iets met je. Soms sta ik op de bok voor een koor en krijg ik kippenvel van top tot teen. Dat heb je natuurlijk niet altijd.” De passie voor muziek is door de jaren heen alleen maar groter geworden. „In Amerika speel ik veel orgelconcerten, meer dan in Nederland. Dan vragen ze om oude, bekende stukken. En toch verveelt het nooit, want elk orgel is anders. Je kunt kleuren met de registers. Eigenlijk zou ik wel meer op orgelgebied willen doen, maar door alle koren komt het er nu niet van.” ## Jonge talenten Bij iemand die bijna zijn dertigjarig jubileum als musicus viert, zou je kasten vol cd’s verwachten en een passende achtergrondmuziek. In huize Wildeman is het echter alleen de regen tegen het raam en het pruttelende koffiezetapparaat te horen. „Ik luister heel weinig muziek”, bekent Peter. „Daar ben ik de hele dag al mee bezig. Mijn eigen opnames luister ik alleen terug als ik ze klaar moet maken voor de cd.” Hoewel, in de decembermaand kan hij wel genieten van het Kings College Choir uit Cambridge. „Dat vind ik zó mooi, heel fris.” Zijn opgedane kennis en ervaring van de laatste dertig jaar gebruikt hij om jonge talenten een kans te geven via het Jong Interclassic Concours, dat ook in 2020 weer gehouden zal worden. Zo vonden onder anderen solisten als Lisanne en Tenira hun weg naar het grotere publiek. „Ik vind het leuk om hen te helpen en het is een uitdaging om het commercieel voor elkaar te krijgen als iemand nog niet bekend is. Zo ben ik voor hen een mentor.” Het eerstvolgende concours staat gepland voor september 2020. Het liefst zou hij zo lang het hem gegeven is, muziek blijven maken. „Achter de geraniums zitten is niets voor mij, ik zou niet weten wat ik dan de hele dag moet doen. Muziek is mijn leven, ik denk niet dat ik zonder kan. Op hoge leeftijd nog een mooi projectkoor dirigeren zou wat mij betreft wel een optie zijn.” In smoking, enthousiast zwaaiend vanaf de bok zoals velen hem kennen. Maar liever nog vanaf een plekje waar hij misschien wel het best tot zijn recht komt, op een plek waar niemand hem ziet, onder de dakspanten van een oude kerk. Want echte passie, dat is Peter Wildeman op een orgelkruk.