Lezen: Mattheüs 14:22-36 Jezus is soeverein. Hij troont boven hemel en aarde. Voor Hem zijn stormen en orkanen kinderspel. Hij regeert deze natuurkrachten met Zijn mond, als het moet zelfs zwijgend. Alleen Zijn aanwezigheid is al voldoende om een storm het zwijgen op te leggen. Dat gebeurt wanneer Hij voet aan boord zet. Tot dat moment buldert de storm in al zijn kracht tegen het krakende schip. Maar wanneer Gods Zoon aan boord komt, zwijgt de storm (32). Deze natuurkracht druipt af. De storm kan wel een schip vol discipelen tegenhouden, maar niet een Man Die wandelt over de golven. Nu deze Man aan boord is, bedwingt Hij deze geweldige storm met Zijn aanwezigheid. Jezus zegt niets, geeft geen bevel; Hij is aan boord en de storm zwijgt. Wat zegt dit moment over de angstige momenten in de storm? Allereerst dat een mens bang mag zijn. Angst in zichzelf is geen zonde. Angst hoeft ook niet per se te leiden tot zonde. Angst kan ook uitdrijven naar de Heere. Denk aan de woorden: „’k Roep, Heere in angst tot U gevloden!” Een bang mens is dus nog geen zondig mens. In de tweede plaats beschrijft deze geschiedenis twee reacties: Petrus’ ongehoorzaamheid door angstig weg te willen vluchten van boord aan de ene kant. En de gehoorzaamheid van de overige bange discipelen die in gehoorzaamheid juist achterblijven aan boord aan de andere kant. Jezus heeft hen allen gedwongen om in te schepen en voor Hem uit te varen naar de andere zijde (22). Zijn bevel is dus tweeledig: afvaren en overvaren. Hoewel ze midden in de nacht op het open water in een storm terechtkomen, doen de omstandigheden niets af aan de kracht van Jezus’ woorden. De Meester was duidelijk: afvaren en overvaren. Tot slot, deze nachtelijke storm beproeft Jezus’ discipelen in hun gehoorzaamheid om aan Jezus’ bevel te voldoen. Petrus zakt voor dit examen, de andere slagen. Geloofsbeproevingen roepen in ons hart vaak angst op. Die angst dwingt ons om dicht bij onze roeping te blijven of zet een wig tussen Jezus’ bevel en onze gehoorzaamheid aan Zijn roeping. In dat geval vluchten we weg van onze roeping. Maar ook een krakend schip ligt verankerd in de almachtige hand van God. >Wanneer de Heere u heeft geroepen, wordt u op enig moment ook beproefd. Wat is uw beproeving en hoe gaat u daarmee om?