Lezen: Psalm 93 De eerste passen heeft Petrus op de golven gezet. Hij zag Jezus, herkende Hem en riep Hem aan. Nu vlucht hij tot Hem. Hij ontvlucht de gevaarlijke situatie aan boord. Alleen bij Jezus is hij veilig. :::inline_article 1::: Maar dan dwalen zijn ogen af van de Zaligmaker. Hij ziet de golven, hoort de storm bulderen en zinkt weg in het kolkende water. Hoe kan dat? Jezus zei toch: „Kom!” Waarom overkomt Petrus dan dit? De evangelist wijst subtiel op de oorzaak van Petrus’ wegzinken. Petrus ziet de sterke wind en wordt bang (30). Niemand heeft ooit een storm of orkaan gezien. We herkennen een storm of orkaan aan het bulderend geluid en aan de verwoestende gevolgen: afgebroken bomen en allerlei materiaal dat door de lucht vliegt. Of zoals hier op het water aan de schuimende golven, het krakende schip en het opgejaagde water. Petrus ziet de kracht van deze storm en voelt de angst in zijn hart weer opkomen. Kijk, daarmee had hij nu geen rekening gehouden. Hij relateert angst aan een gevaarlijke situatie. Om die reden wil hij zo snel mogelijk van boord naar Jezus toe. Maar angst zit niet in de lucht, het water of op het schip. Angst huist in ons hart. Onder het gewicht van de groeiende angst zakt Petrus weg in het water. >Bent u bang? Tegen angst is niemand opgewassen, zelfs niet een onverschrokken Petrus. Wij bange en kleine mensjes redden het zonder de Heere God niet. Wat een verschil tussen een doodsbange Petrus en een kalme Jezus. Terwijl de storm voortraast, grijpt Jezus een wegzinkende Petrus vast, zet hem op de golven en brengt hem aan boord. Pas dan valt de storm stil (32). Waar Petrus onder bezwijkt, daar staat Jezus boven. Hoe hoog de golven ook mogen gaan, de soevereine Heere troont boven het geweld van de wateren, het bruisen van de zee. Ze schaden Hem niet. Op Zijn bevel zwijgen ze stil. Deze Zaligmaker hebben u en ik nu nodig. Wanneer Hij er is, verandert de situatie niet, maar grijpt Hij een doodsbang mens vast, plaatst hem of haar in Zijn schaduw en brengt hem door het gevaar terug naar zijn roeping.