## Lezen: Lukas 22: 31-38 Alles of niets. Let op, dit beslissende moment vindt niet plaats aan het begin van Petrus’ volgen van Jezus. Nee, aan de vooravond van Christus’ lijden en sterven plaatst Jezus Petrus opeens voor deze beslissing. Zo radicaal als Jezus Petrus voor de keus plaatst, zo radicaal reageert Petrus op Jezus’ woorden. Dan ook alles. Niet alleen de voeten, maar ook de handen en het hoofd (9). Mooi hè, die spontaniteit van Petrus?! Toch, gaat Jezus niet in Petrus’ spontaniteit mee. Integendeel, Hij wijst Petrus terecht (10). Deze terechtwijzing is een belangrijk signaal in het lijdensevangelie. Want wat gebeurt hier eigenlijk? Toen Petrus Jezus afwees, reageerde de Zaligmaker met de woorden: „Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan (7).” Houdt u de woorden ”na dezen verstaan” even vast? Vervolgens plaatst Jezus Petrus voor de keus: alles of niets. Petrus draait als een blad aan de boom om: dan ook alles. Maar, verstaat Petrus ondertussen wat Jezus zonder woorden over Zichzelf zegt? >Waarom loopt Petrus pas met zichzelf vast in het zicht op de lijdende Christus? Nee. Petrus’ spontaniteit hindert hem steeds meer om te verstaan Wie Jezus is. Met zijn spontaniteit loopt hij Jezus op Zijn lijdensweg steeds vaker voor de voeten. Ze plaatst hem uiteindelijk tijdens de nachtelijke confrontatie in Kajafas’ voorhof buiten in de duisternis. In het zicht van de lijdende Zaligmaker loopt Petrus tegen zichzelf aan, valt stil, vlucht weg het duister in. Daar komt hij te liggen op de wan van de satan die hem net zo lang zift, totdat Petrus net als Judas in wanhoop ten onder gaat. Maar wanneer Petrus op de wan van de satan ligt, houdt Jezus hem met Zijn voorbede vast. Vanaf dat moment gaat Petrus verstaan Wie Jezus als Meester en Slaaf is. Christus heerst als Meester over zijn leven. Als Slaaf bidt Hij voor hem, sterft voor hem, staat op voor hem en dient hem. Direct na Zijn opstanding zoekt de Meester Petrus op om hem te dienen vanuit Zijn volbrachte Middelaarswerk. Zo is Hij voor elke zondaar die Hij zaligt. Zo wil Hij ook uw Meester en Slaaf zijn. Hij heeft Petrus liefgehad _had_ tot het einde.