Iedere zondagmorgen hoort u ze waarschijnlijk in de kerk. Of thuis, als u de dienst daar meeluistert. De tien woorden van Gods heilige wet. Wat betekenen Zijn geboden voor u? In het eerste deel van Psalm 19 bezingt David Gods heerlijkheid in de schepping. Maar in het tweede deel klinkt een hogere toon. Want nóg heerlijker schittert de heerlijkheid van God in de geboden van Zijn wet. Ze laten ons horen dat de HEERE heilig en rechtvaardig is, maar ook barmhartig, wijs en goed. „Ze zijn begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud.” Zeker, buiten Gods genade en de geloofsvereniging met de Heere Jezus Christus kan de wet van God ons slechts aanklagen en vervloeken vanwege al onze overtredingen van Zijn wet. Maar diezelfde wet is volkomen vervuld door de Zoon van God, Die Mens geworden is. Hij is niet op aarde gekomen om de wet of de profeten te ontbinden, maar om deze te vervullen. Hij heeft alle geboden van Gods wet volmaakt gehoorzaamd. Hij heeft ook de vloek van de wet gedragen. Tot in de dood van het kruis. Als Borg, voor mensen die een en al zonde zijn. Wie door het geloof tot Jezus vlucht, vindt in Hem vergeving van zonden en vrede met God. Maar wie door het geloof aan Hem verbonden is, ontvangt ook de inwoning van Zijn Geest. En Hij schrijft Gods wet in uw hart ([Jer. 31:33](https://bijbel.bmuonline.nl/statenvertaling/jeremia/31/#33)). U krijgt Gods geboden lief met uw hele hart. U verlangt ernaar om naar ál Zijn geboden te leven. Uit dankbaarheid voor Zijn verlossende genade. Uit liefde voor uw Zaligmaker. In het verlangen om voortaan tot Zijn eer te leven. Misschien valt u David van harte bij. Maar tegelijkertijd valt u uzelf iedere dag weer tegen. Omdat u iedere dag in zonde valt. Laat het u des te meer verbinden aan Christus. Hij is niet alleen gegeven tot rechtvaardiging, maar ook tot heiliging. Hij vernieuwt al de Zijnen steeds meer naar Zijn beeld door Zijn Geest. En Hij vervult hun verlangen ook eenmaal volmaakt.