Schaatsen

Blog_Mathilde_1602-site

Het heeft altijd gevoeld als verraad, vanaf het moment dat ik de positieve zwangerschapstest in mijn handen hield tot de dag dat Benjamin geboren werd. Dat maakte de zwangerschap emotioneel zwaar.

Als ik bij het grafje van Jona stond, dacht ik: Hem moet ik hier keer op keer achterlaten en de baby in mijn buik neem ik wel met me mee. Hij mag straks wel in mijn armen liggen, Jona nooit meer.

Dan huilde mijn hart.

Het was toch niet eerlijk?

Ik wilde Jona zó graag. Maar het kon niet meer.

Ik kon het niet los van elkaar zien, mijn liefde voor Jona en mijn liefde voor het nieuwe kindje. Nog steeds kost dat me soms grote moeite. Hoe vaak anderen ook tegen me zeiden dat deze baby Jona nooit zou vervangen, in mijn hart werkte dat niet zo. Mijn hart wilde alleen maar Jona, en met deze nieuwe zwangerschap moest er in datzelfde hart ruimte komen voor de baby. Die ruimte wilde ik eigenlijk helemaal niet maken. Dat voelde alsof Jona ruimte moest inleveren.

In mijn armen was Jona’s plekje. Dat moest voor altijd zo blijven. Mijn hart, mijn hoofd, het was van Jona. Ik wilde het niet delen met een ander kind. Ik kon het gewoon niet. De deur naar mijn hart leek te zijn dichtgevallen. Het verdriet en gemis hielden die deur uit zelfbescherming op slot.

Met de wetenschap dat er een kindje in mijn buik groeide, voelde ik dat die deur open moest, in ieder geval op een kier. Maar telkens als dat leek te gebeuren, voelde ik angst en begonnen er in mijn hoofd nare beelden te spelen, zodat de deur meteen weer dicht klapte.

En nu is het kindje er. Nu heeft het een gezichtje en een naam. We kunnen het zien en aanraken. Direct na de geboorte voelde ik dat ik hem lief had, dat ik ook als moeder voor hem zou gaan zorgen, dat ik bereid was moeder te zijn van Jona én van Benjamin.

Maar wel met schroom. Voorzichtig hebben we de deur op een kiertje open gezet. We voelen ook weer hoe kwetsbaar we zijn.

Het is net als schaatsen. Het ijs is glad en als je een keer hard valt, doe je de volgende keer voorzichtiger, bang om weer te vallen. Hoe vaker je valt, hoe banger en voorzichtiger je wordt, tot je er op een keer genoeg van hebt en besluit om nooit meer één voet op dat ijs te zetten.

Op dat punt was ik. Mijn hart had zo veel te lijden gehad en na de genadeklap van Jona’s overlijden besloot ik de deur dicht te gooien. Ik werd bang voor alles in het leven. De strijd die ik twee jaar gestreden heb, had me moe gemaakt en ”houden van” had me voornamelijk pijn gedaan.

Twee jaar lang heb ik het onmogelijke van mezelf gevraagd, gezorgd, intens gehouden van. En na die twee jaar verloor ik dat intens lieve kind, dat mijn leven kleur gaf. Ik voelde me zó moe.

En precies in Jona’s laatste weken hier op aarde, in de zwaarste tijd van mijn leven, bleek mijn lichaam bezig te zijn met het laten groeien van nieuw leven.

Ik worstelde zo. Om me heen hoorde ik verhalen van mensen die ook na verlies weer nieuw leven ontvingen. ”Wat erg voor ze”, zei ik. Ik kon me niet voorstellen dat die mensen daar blij mee waren, dat ze de wens hadden om na zo’n verlies vader en moeder te worden van een ander kindje. Ik voelde me niet in staat om me weer zo over te geven aan moedergevoelens en liefde.

Jona heeft moeten lijden en nu lijd ik. Hij mag nu heel gelukkig zijn, maar ik voel me zo geknakt, zo kapot na alles wat hij en wij hebben meegemaakt. Ik wil dat alles niet  nog eens doormaken. Als ik Jona niet meer had, dan hoefde ik helemaal niets meer. En toch kregen we het.

Het zorgde voor paniek. Want wat als ik er niet voor kon zorgen, als ik het écht niet meer aan zou kunnen?

En nu staat de deur toch weer op een kiertje. Maar het blijft moeilijk. ”Ik weet niet of ik ooit zo veel van Benjamin kan houden als dat ik van Jona houd”, zei ik tegen Sebas. Huilend. Want Benjamin verdient het ook dat zijn ouders zielsveel van hem houden. En oh, wat voelt dat weer als falen. Want ik wíl een goede moeder zijn, maar ik kan het op dit moment niet net zo als dat ik voor Jona kon. Het ontbreekt me aan energie, kracht, levenslust.

Ik verlang er soms naar alleen te zijn met mijn verdriet. Alleen, niets anders dan de stilte die me omgeeft. Die stilte geeft me rust, de mogelijkheid om na te denken en alle gevoelens toe te laten die er zijn. Maar nu is er een klein jongetje dat me nodig heeft, ook op die momenten dat ik het er eigenlijk even niet bij kan hebben.

Ik zet de eerste stapjes op het ijs. Het is glad en ik voel me onzeker. Het vertrouwen ontbreekt, maar door te doen en te proberen hoop ik dat ik leer dat het niet altijd pijn hoeft te doen. Dat het gladde ijs me ook mooie momenten op kan leveren en dat ik uiteindelijk weer lange tochten durf te schaatsen, met altijd een zekere gereserveerdheid, maar ook met een beetje gezond vertrouwen. En als ik kijk in die grote, nieuwsgierige kraaloogjes, voel ik hoe mijn hart probeert om stukje bij beetje de deur open te duwen.

Ik zal Jona altijd missen. Hij zal altijd onze oudste zoon blijven. Hij zal altijd het mooiste en bijzonderste plekje in ons hart hebben. Maar diep van binnen voel ik, als ik het even toe durf te laten, dat er nieuwe liefde bloeit. Als een soort schuurtje aan mijn hart. Jona hoeft geen ruimte in te leveren, mijn hart zal groeien en er zal ruimte genoeg zijn voor beiden.

Auteur

Mathilde Beverloo-de Rooij

Volg ons lifestyle platform op instagram.