Je hoeft niet veel te doen. Heerlijk, relaxing. Soms loopt de weg omhoog. Het is keihard werken. Hard trappen. Het gaat lang niet vanzelf. Maar ook dan, op zo’n zware fietstocht, zijn er mooie dingen. Bijvoorbeeld een kalfje dat opkijkt van je rammelende fiets. Of minder fijne dingen, zoals een kraai die hard naar je roept. Dit doet me denken aan Grace, die gisteren binnenkwam. Haar gezicht stond verre van blij. Vriendinnetje Gracie had een vliegtuig en iedereen mocht erop. „Savana, Mercy … maar ik niet!” **** Hoe kwam dat? Gracie had gezegd: ,,Nou, het is mijn vliegtuig, ik bepaal wie erop mag. En jij bent te groot.” Een hele tijd huilde ze. „Het is gewoon niet eerlijk. Gracie ging er zelf samen met Mercy op en ze is echt heel mollig. Ze weegt nog wel meer dan ik. Ik gaf haar een dikke knuffel en zei: „Luister, mama loopt nooit van je weg en houdt altijd van je.” Tegelijkertijd dacht ik aan John. Weglopen zou ik niet doen, dat niet … Ik probeerde haar uit te leggen dat kinderen van vijf jaar nog niet zo veel besef hebben van wat ze zeggen en doen. Dat het vervelend en pijnlijk kan zijn, maar dat ze het zich vaak niet zo bewust zijn. „De volgende keer als het niet leuk is, zeg dan gewoon: „Ik vind het hier niet prettig. Het spijt me, maar ik ga.” Dan kom je gewoon fijn thuis spelen.” Mijn woorden leken niet veel te helpen. Ze bleef heel verdrietig. Je zou je kind ieder verdriet willen besparen, maar dat kan helaas niet. Misschien geeft het ook niet. Misschien is het juist goed dat ze ziet: hier beneden is het niet. De zomervakantie is weer ten einde. We zijn lekker veel naar buiten geweest. Altijd zijn er weer mooie lessen in de natuur. Zoals die keer dat we vol goede moed de berg Ben Wyvis gingen beklimmen. Er was wel een weerswaarschuwing, kans op overstromingen, maar ik zei: „Dat zou best vanavond of morgen kunnen zijn.” Tijdens onze tocht begon het te motregenen. Grace was zeker niet van plan om terug te gaan. Maar algauw regende het heel hard en waren we doorweekt. De schitterende plek waar we zo van genoten, voelde opeens heel anders. We wilden er zo snel mogelijk vandaan. De natuur brengt ons zoveel goeds, zoveel zegen, zoveel therapie, maar opeens kan het helemaal niet fijn zijn. :::author_streamer 1::: Ik moest denken aan de Schepper van de natuur. Hoeveel mensen zijn er niet die wel in Hem willen geloven als alles goed gaat? Maar o wee als het niet goed gaat, als er stormen komen… Dan willen sommigen niets meer met God te maken hebben. Niet beseffend dat die regen zoveel goeds kan brengen… Ben Wyvis is adembenemend mooi. Gelukkig konden we de wandeling op een stralende zomerdag nog een keer doen. De meiden gingen de berg beklimmen met ons bezoek. Ik zat bij een stroompje en keek ze na. Stipjes… Wat is een mens? Het deed me aan Psalm 8 denken: „Mijn God, wat is de mens dan op deez’ aarde! De broze mens, hoe klimt hij tot die waarde, Dat Gij aan hem in zoveel gunst gedenkt; En ’s mensen zoon Uw teerste liefde schenkt!” Ik genoot van het stroompje en zag de bellen constant opborrelen. Zo is het ook met mijn hart, dacht ik. Zonde blijft maar naar boven komen, het houdt nooit op. In gedachten, woorden en werken. ’s Avonds, voordat ik in slaap viel, kwam het beeld weer voor mijn ogen. Ik dacht toen vooral aan die nooit ophoudende waterval daarboven. Een Fontein. „Was en reinig ons in de Fontein die open is voor zonde”, heb ik vaak horen bidden. Een andere mooie les van deze zomer: de kinderen hadden zeeslakjes gevonden. „Mogen we ze mee naar huis nemen in onze broodtrommel, mama?” Laten we even kijken wat Google zegt. Het mag als het alleen schelpen zijn, maar als ze levend zijn, overleven ze het niet lang. „Dan doen we wel een rots in de trommel. Ze zaten ook aan een rots vastgeklemd.” Een ‘rotsje’ werd in het broodtrommeltje gelegd. Tot onze verbazing zagen we dat veel van die zeeslakjes in een rechte lijn daarnaartoe gingen. Het was overduidelijk de plek die ze nodig hadden om te overleven. Het deed me denken aan de woorden die na John’s overlijden zoveel meer betekenis kregen. Woorden die mijn eigen gebed werden: „When my heart is overwhelmed: lead me to the rock that is higher than I.” Het leverde zomaar een mooi gesprekje op: Christus, de Rots. Als we ons aan Hem vastklemmen, dan zijn we werkelijk veilig. „Wees mij een rots, om in te wonen; Een schuilplaats, waar mijn hart Steeds toevlucht vind’, in smart.” Wat zijn dat toch mooie regels uit de Nederlandse psalm. Inmiddels zijn er alweer een aantal weken voorbijgegaan. De bramen beginnen al mooi rijp te worden en er konden heel wat appels geplukt worden. Dag aan dag overlaadt Hij ons…