Schrijfster Heleen Buth leerde omhoog te kijken

Souled Photography - Heleen Buth-02

Achter het keukenraam van het huis van schrijfster Heleen Buth pronkt een houten bordje met de tekst ”Don’t look back, you’re not going that way”. Als Heleen tóch terugkijkt, is er veel gebeurd. Ze weet van zorgen in de familie, jarenlange depressies en chronische pijnklachten. Heleen leerde vooruit en vooral omhoog te kijken. „Volgen is: achter Hem aan lopen, Zijn voetstappen drukken. Ze leiden naar Zijn doel.”

De Achterstraat in het Zeeuwse Poortvliet is wat de naam zegt: een smal achterstraatje. Het huis van Gert en Heleen Buth maakt een uitnodigende indruk. De ene helft is van diepzwart gepotdekseld hout. De andere helft is wit geverfd, met fleurige helderblauwe kozijnen. Binnen ademt het huis een warme sfeer. Op de achtergrond klinkt zacht muziek. „Dit huis is vroeger een boerderijtje geweest”, vertelt Heleen. „In de ruimte waar ik voorheen mijn brocantewinkeltje had, stonden vroeger koeien.” Het is een huis waar ze zich thuis voelt en dat met liefde en creativiteit is ingericht. „De sfeer van het boerenleven, met een knipoog naar Engeland. Door iets verfijnds, een klein deftig dingetje.”

Creativiteit en bedrijvigheid hebben er bij Heleen altijd al in gezeten. Nu ze 63 is, is er meer rust gekomen, ook qua hobby’s. „Ik houd van wandelen en fotograferen. Schilderen, boetseren en haken mag ik ook graag doen. En moestuinieren. Heerlijk. Ik luister ook met veel plezier naar muziek: vooral psalmen en het geestelijke lied, klassiek, of oude kerkmuziek.”

Beroepsmatig gaat Heleen de richting van de zorg op. „Als kind heb ik veel in het ziekenhuis gelegen voor klompvoeten. Toen wist ik het al: ik wil zuster worden.” Ruim vijf jaar werkt ze als verpleegkundige. Daarna is ze druk met de zorg voor de vijf kinderen die Gert en zij samen krijgen. En altijd doet ze wel ergens vrijwilligerswerk. Met haar spontane en warme aard voelt ze zich betrokken op de mensen om haar heen. „Ik was voor iedereen in de weer, de voelsprieten stonden altijd uit.”

In 1996 komt het drukke leven abrupt tot stilstand als Heleen een burn-out krijgt, met daaropvolgend een depressie. Peinzend zegt ze: „Ik ben over de wereld gevlogen zonder dat mijn voeten de grond raakten. Ik dacht dat het goed was, al die dienende taken vanuit mijn innerlijke drive.”

Het zijn juist Heleens positieve eigenschappen die eraan bijdragen dat ze vastloopt. Haar man Gert knikt als ze zichzelf bedachtzaam omschrijft. „Ik houd van harmonie, ik ben gevoelig en gewetensvol.” In haar zorgen voor anderen gaat ze ver over haar grenzen heen. Ruim 25 jaar verder herinnert ze zich nog de woorden van haar therapeut: „Een cirkel wordt omgrensd, een driehoek wordt omgrensd, elke vorm wordt omgrensd. Maar wat zijn jouw grenzen? Wat ben je als je grenzeloos bent?” Dat was pijnlijk, maar leerzaam.”

Vogelen met taal

Pas na drieënhalf jaar gaat het weer wat beter met Heleen. Ze begint met het schrijven van kinderboeken. Haar eerste manuscript komt niet door de keuring van de uitgever heen. Maar hij ziet wel een talent in Heleen. „Blijf bezig, probeer nog eens wat”, moedigt hij haar aan. Het tweede manuscript wordt wel uitgegeven. Daarna volgen er meer dan vijftien titels.

„Met het schrijven kom ik in een flow die me heel veel positieve energie oplevert. En je kunt ook wat doorgeven aan de jongere generatie. Respect bijvoorbeeld, verbinding en humor. Daar komen je kernkwaliteiten om de hoek kijken, hè. Het vogelen met taal is zo leuk: hoe zeg je voor een jonge leeftijdsgroep iets met de beperkte woordenschat die je mag gebruiken? Hoe zeg je bijvoorbeeld dat er een ambulance de straat in komt als je alleen woorden van één of twee lettergrepen mag gebruiken? Dat vind ik een uitdaging.”

Enthousiast geeft ze een voorbeeld: „Er komt een auto de hoek om. Hij is geel. Op het dak staat een blauw licht.”

Worsteling

Extra dierbaar zijn haar de boeken geworden waarin ze een boodschap kan verwerken. Ze geniet zichtbaar als ze een herinnering ophaalt. „In een van de deeltjes over Daan de dierenvriend is hij stiekem weggelopen. Hij raakt de weg kwijt en denkt: eigenlijk zou de Heere moeten helpen, maar mág ik nu wel bidden? Dan schrijf ik: juist als je stout geweest bent, moet je bidden. Toen ik dat voorlas, zei een kleinzoon blij en verbaasd: „O?!”

Op geloofsgebied maakt Heleen een worsteling door. „Ik was als kind diep onder de indruk van God. Hij was streng en rechtvaardig. Zo ontwikkel je een vertekend beeld van God. Totdat ik ”Rondom de enge poort” van Spurgeon in handen kreeg. Zo mocht ik de eerste vertrouwenservaring opdoen. Toch bleef die afstand er. Er zijn jaren geweest dat die afstand alleen maar groter leek te worden. De kloof was zo diep. God kon mij niet aanzien in mezelf. De Heere Jezus was nog verborgen voor mij.” Toch ontstaat er, al in de jaren dat haar kinderen jong zijn, een diep verlangen naar het heilig avondmaal. Ondanks het niet-weten.

„Dat kan, hè. In ”De heilige oorlog” van John Bunyan staat een passage waarin de mensen juichen als Prins Immanuel de stad Mensenziel binnenkomt, terwijl ze Hem nog niet kennen. Daar was mijn leven mee getekend.”

Lees het hele artikel in Terdege (nr. 2, 13 oktober).

beeld: Souled Photography

Lees verder

Lees het hele artikel in Terdege. Nog geen abonnee?

Auteur

Marija Veldhoen

Volg ons lifestyle platform op instagram.