Dit keer rijden we naar het kantoor van een groot transportbedrijf voor iemand met pijn op de borst. We worden keurig opgevangen bij de poort door werknemers met een bhv-hesje, die ons de weg wijzen over het grote terrein heen naar het kantoor. Soms is er helemaal geen opvang en zoeken we ons een bult. In dit geval is het slachtoffer een uiterst belangrijk persoon. We treffen hem grauw van kleur aan en hij heeft een angstige blik in zijn ogen. Het blijkt de directeur te zijn, die tijdens het roken van een sigaretje plotseling onwel werd. Hij zakte in elkaar met hevige pijn op zijn borst, waarop zijn werknemers 112 belden. Mijn collega en ik plaatsen de man in de ambulance en sluiten hem aan op de monitor. De irritante ringtone van zijn mobiele telefoon, die continu overgaat, overstemt het alarmsignaal van de monitor. Nu de pijn nog overheerst, zet hij op ons verzoek zijn telefoon even uit. Nadat we een hartfilmpje gemaakt hebben, is het duidelijk voor ons. Deze man maakt een acuut hartinfarct door. We dienen hem een spray onder de tong toe. Zo worden de bloedvaten wijder opengezet en krijgt het hart meer zuurstof. Ook geven we hem wat tabletjes en krijgt hij een sterke bloedverdunner toegediend via een infuusnaald. De directeur knapt zienderogen op en voelt zich even later al een stuk beter. :::author_streamer 1::: Dan vertellen we hem dat we met spoed naar het ziekenhuis gaan, waar hij op korte termijn gedotterd zal worden. Hij kijkt ons met grote ogen aan en zegt: „Maar daar heb ik helemaal geen tijd voor, ik moet nog zo veel regelen. Ik voel me eigenlijk nu prima, dus ik wil liever mijn werk vandaag afmaken. Dan ga ik morgen wel naar het ziekenhuis.” We maken hem duidelijk dat de medicatie die we hem toegediend hebben, maar tijdelijk helpt. Hij moet mee naar het ziekenhuis. Hij vraagt of hij misschien dan nog even mag roken. Ook dat mag van ons niet meer. Mokkend als een klein kind dat zijn zin niet krijgt, blijft de man op de brancard zitten. Wat een dubbele pech! Terwijl we met spoed naar het ziekenhuis rijden, hoor ik, behalve onze sirene, ook nog een andere ’sirene’: die van het mobieltje. De directeur werkt nog even wat telefoontjes af. _Saai is een werkdag nooit, voor politieagent Dolf Diender en ambulancechauffeur Jan de Vries. In elk nummer van Terdege nemen zij de lezers mee op pad._