:::author_streamer 1::: „Boos worden is menselijk, boos blijven is des duivels”, luidt een gezegde. Toch is niet boos blijven, soms gemakkelijker gezegd dan gedaan. In een zondige wereld kunnen mensen elkaar diep kwetsen. Sommige onrechtmatige daden laten zelfs blijvende sporen na. Ook Paulus heeft veel onrecht ervaren. Eén herinnering deelt hij met Timotheüs: „Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaad betoond.” Voor ons is niet duidelijk wie deze Alexander precies was, maar Timotheüs zal hem gekend hebben. Misschien ligt daarin ook een les voor ons: laten we niet in de eerste plaats naar personen kijken, maar naar hun daden. Paulus noemt niet alleen een naam, maar benoemt ook het kwaad dat hem is aangedaan: „hij heeft onze woorden zeer tegengestaan.” Tegelijk roept dit de vraag op welke herinneringen wij bij anderen achterlaten. Als iemand over ons zou moeten getuigen, wat zou er dan gezegd worden? Daarom is het belangrijk onze wegen met elkaar vlak te houden, door schuld te belijden en vergeving te schenken. Dat vraagt oprechtheid en nederigheid. Niemand van ons is volmaakt; dagelijks zondigen wij, bewust of onbewust, tegen God en onze naaste. Uit het Grieks blijkt dat het kwaad van Alexander waarschijnlijk verborgen en geraffineerd was. Ook dat herkennen we. Soms benadelen mensen elkaar op subtiele wijze: uiterlijk onschuldige handelingen die toch voortkomen uit verkeerde motieven. Paulus eindigt niet in verbittering. Hij vertrouwt het oordeel toe aan de Heere. Hij zegt als het ware tegen Timotheüs: „Alexander heeft mij veel kwaad gedaan, maar ik leg het neer in Gods rechtvaardige handen.” Dat is tegelijk een waarschuwing en een troost: de Heere kent alle gedachten en zal recht doen op Zijn tijd. Dan kunnen we het ons aangedane kwaad los- én overlaten. _Ds. G.J. Noordermeer, Alblasserdam _