Hij werkte als beleidsadviseur in het Oogziekenhuis in Rotterdam, maar het buitenland trok al jaren. Zij heeft al sinds haar basisschooltijd een fascinatie voor de wereld buiten Nederland, mede ontstaan door het lezen van zendingsverhalen. Toch blijven Dirk en Andrien na hun huwelijk eerst nog jaren in Rotterdam wonen en werken. Pas in 2009 gaan ze voor het eerst een halfjaar samen naar Amerika voor Dirks werk. Het bevalt hen er uitstekend. Hun kans om voor langere tijd weg te trekken komt in 2012. Dirk wordt vanwege zijn betrokkenheid bij een internationaal onderzoeksproject van het Oogziekenhuis Rotterdam uitgenodigd om bij een ziekenhuis in Singapore te komen werken. Ze besluiten in de zomer van 2012 eerst voor twee weken naar Singapore te reizen, om gesprekken te voeren met de staf van het ziekenhuis waar Dirk aan de slag zal gaan. Dirk: „Verder was het voor ons ook belangrijk om te zien bij welke kerk we ons zouden kunnen aansluiten.” Tot hun grote verbazing ontdekken ze dat er in Singapore een reformatorische kerk is: de Pilgrim Covenant Church. Andrien: „En dat was niet de enige reformatorische kerk, bleek achteraf. We hadden er geen idee van dat dit hier bestond.” Dirk: „We voelden ons gelijk geestelijk thuis in deze gemeente. De kerk is vormgegeven vanuit de Schotse traditie. We lezen er bijvoorbeeld de Westminster Catechismus, in plaats van de Heidelberger. We zijn er sinds onze komst in 2013 nooit meer weggegaan.” ## Hoe verloopt het contact met de Singaporezen? Andrien: „We zijn de enige westerlingen in de kerk. Maar het contact met onze gemeenteleden speelt zich af op een dieper niveau dan die van cultuur. Als je je geestelijk met elkaar verbonden voelt, doet cultuur er minder toe. We blijven natuurlijk buitenlanders met andere visies of ideeën. Soms begrijpen we de Singaporezen niet en andersom. Maar toch weten we ons echt thuis in deze gemeente.” Dirk: „Soms voelen we ons zelfs niet eens buitenlands meer. Pas ging het gesprek met gemeenteleden over westerlingen, en mijn gesprekspartner realiseerde zich even niet dat ik er ook een ben.” Andrien: „Af en toe mis ik wel de gezelligheid in dit land. Nederland is een verenigingsland. Bijna elke kerk heeft bijvoorbeeld een vrouwenvereniging. Hier bestaan dit soort intieme clubjes niet.” Dirk: „En ik zou ook graag weer eens Nederlandse psalmen zingen.” ## Noem eens wat cultuurverschillen? Dirk: „Azië is heel hiërarchisch. In Singapore voert vooral de oudste of hoogste in rang het woord. In een Bijbelstudiegroep is dat een predikant. In het ziekenhuis bijvoorbeeld de directeur. Hier doet jouw individuele mening er niet zo toe. Verder ligt het erg gevoelig om iets te zeggen over iemands taak of functioneren. Westerlingen scheiden iemands persoon van diens rol. Aziaten niet. Wil je dus feedback geven, dan moet je dat heel omzichtig aanpakken. Dat is voor ons heel inefficiënt, maar eergevoel is hier belangrijker dan efficiëntie of eerlijkheid.” Andrien: „Al kan er in een-op-eengesprekken wel weer vrij open gepraat worden. Ik heb goede gesprekken gehad met medegemeenteleden. Ik denk zelfs dat Singaporezen meer met ons durven bespreken dan met elkaar, juist omdat we buitenlanders zijn.” ## Hebben jullie er vriendschappen opgebouwd? Andrien: „In Singapore hebben ze een ander idee bij vriendschap dan wij. Ik weet nog dat we in onze begintijd een Bijbelstudie hadden over dit thema met vrouwen uit de kerk. Voor deze vrouwen was het echt een leerpunt dat je vrienden maakt onder je kerkgenoten. In de Aziatische cultuur is vooral de eigen familie belangrijk, de buitenwereld doet er niet zo toe.” Dirk: „Mensen die geen familie zijn, zijn je potentiële vijanden en concurrenten. Voor je familie doe je alles en voor de rest van de mensheid niets. Maar als je christen wordt, zet dat alles op zijn kop. Dan kom je in een geloofsgemeenschap met mensen die geen familie zijn maar met wie je wel een geestelijke relatie hebt, terwijl die geestelijke relatie bij je familieleden vaak ontbreekt.” ## Jullie hebben twee kindjes geadopteerd. Andrien: „Dat klopt. Esther kwam in november 2016 als baby bij ons, Miriam kregen we ruim een maand geleden.” Dirk: „We hadden eerder ook weleens over adoptie nagedacht, maar zagen het eigenlijk niet zo zitten om kinderen uit een andere cultuur naar Nederland te halen. Toen we hier waren, zag ik dat er elke dag minstens vijftien kinderen in het ziekenhuis terechtkwamen die daar niet hoorden. Sommigen werden achtergelaten, zaten onder de blauwe plekken of werden als baby afgestaan. Andrien kwam via haar werk bij OMF in aanraking met mensen die kinderen hadden geadopteerd. En zo brachten we beiden, los van elkaar, adoptie weer in gebed.” >„Mensen die geen familie zijn, zijn je potentiële vijanden en concurrenten. Voor je familie doe je alles en voor de rest van de mensheid niets” Andrien: „Vervolgens zochten we uit of we als buitenlanders in Singapore wel een kindje mochten adopteren. Dat kon volgens de strenge Nederlandse en Singaporese regels.” Dirk: „We meldden ons aan bij een christelijke adoptiestichting en moesten een vragenlijst invullen over onze levensinstelling en overtuigingen. Vervolgens kwamen we op een wachtlijst terecht.” Andrien: „Esther kwam binnen een halfjaar. We kregen op vrijdag een telefoontje dat er een kindje voor ons was en op dinsdag kwam ze al. Bij Miriam ging het nog veel gekker. We hadden ons aangemeld en stonden volgens mij nog niet eens op de wachtlijst, toen we al gebeld werden over Miriam. ## Voeden de Singaporezen hun kinderen anders op dan jullie? Dirk: „Kinderen worden hier van jongs af aan meegenomen naar de kerk. Er is geen crèche, de ouders houden de kleintjes gewoon bij zich. Lukt dat niet, dan is er achterin de kerk een ruimte die is afgesloten met geluidsdicht glas, waar je met hen naartoe kunt gaan. De kinderen kunnen hierdoor vaak al op hun tweede jaar heel goed stilzitten. Verder hebben ze hier een heel andere visie op slaap. Een baby wordt vrijwel altijd gedragen, zo geef je warmte en liefde door en niet door je kind in een wagen te leggen bijvoorbeeld. Veel kinderen gaan pas rond 11.00 uur ’s avonds naar bed. Singaporezen kunnen niet geloven dat we onze Esther van 1,5 al voor 20.00 uur op bed leggen en dat ze dan tot de volgende morgen doorslaapt. Ook zijn ze hier heel traditioneel. Ben je bevallen, dan blijf je als vrouw een maand thuis en word je in de watten gelegd. Je mag dan niet douchen, niet naar het ziekenhuis, niet met je kind naar buiten. Je krijgt speciaal eten en wordt behandeld met traditionele Chinese medicatie. Die traditie is heel oud, nog afkomstig uit de tijd dat er weinig hygiëne was en veel kindersterfte. Nu doet het een beetje oudtestamentisch aan. Als wij echter met onze Miriam van twee weken naar de kerk gaan, zijn er ouderen die het echt onverantwoord vinden wat we doen.” ## Hebben jullie culturele blunders gemaakt? Dirk: „Je weet dat je dat doet. Ik ben diaken en heb er om die reden moeite mee gehad dit ambt aan te nemen toen ik daarvoor verkozen werd.” Andrien: „We merken wel dat de mensen hier vrij mild zijn richting ons en ons terecht durven wijzen als dat nodig is.” Dirk: „Wat misschien helpt, is dat Singapore heel multicultureel is. De bevolking bestaat uit Maleisiërs, Indiërs, Chinezen en Europeanen. Er zijn hier vier officiële talen.” Andrien: „De mensen zijn zich daardoor meer bewust van de cultuurverschillen. Als je je hier nederig en respectvol opstelt, kom je een heel eind.” >„Het percentage christenen in Singapore is niet zo hoog, maar het lijkt hier christelijker dan in Nederland.” ## Is het moeilijk geweest om in Singapore te wennen? Andrien: „Het eerste jaar wel. Maar als je eenmaal je plekje gevonden hebt, dan denk je niet meer zo na over alle cultuurverschillen. Wat het makkelijker maakte, is dat vrijwel iedereen hier Engels spreekt. Ook is er hier veel westers eten. Er is zelfs onlangs een Nederlandse patatzaak geopend. Al zul je tegen sommige cultuurverschillen aan blijven lopen, zoals de inefficiëntie en het moeilijk kunnen onderscheiden van hoofd- en bijzaken. Maar er zijn ook veel positieve dingen. Het percentage christenen in Singapore is niet zo hoog, maar het lijkt hier christelijker dan in Nederland. Het huwelijk is hier bijvoorbeeld echt nog een instituut.” Dirk: „Als je niet getrouwd bent, kun je bijvoorbeeld geen woning kopen, tenzij je boven de 35 bent.” Andrien: „De keerzijde is dat er weinig zorg is voor mensen die zich aan de rand van de maatschappij bevinden. Voor een alleenstaande moeder zijn er bijvoorbeeld maar weinig mogelijkheden om haar kind op te voeden.” Dirk: „Er zijn hier weinig sociale vangnetten. De rol van de diaconie is hier dan ook veel groter dan in Nederland.” ## Hoe ziet de religieuze kaart van Singapore eruit? Dirk: „Het boeddhisme is hier de norm. Zo is augustus de maand van de hongerige geesten. Men gelooft dat de poorten van de hel dan geopend worden en de zielen van de doden ontsnappen. Ook zijn er overal in het land offerplaatsen en tempels te vinden. En er is veel bijgeloof onder de inwoners.” Andrien: „Het christendom is hier in opkomst. Er zijn veel eerstegeneratiechristenen. Hun familie is hun zendingsveld. Dat is niet altijd makkelijk. Maar er zijn ook ouders die meekomen naar de kerk. Toen we een jaar in de kerk zaten, werd bijvoorbeeld een buurvrouw van 74 gedoopt. Haar drie dochters hebben twintig jaar gebeden om haar bekering. Dat zijn bijzondere momenten.” Dirk: „Er is hier veel respect voor religie. In Nederland zitten we in een postchristelijk tijdperk en zijn we gewend aan platte grappen over het geloof. Hier gebeurt dat niet. Overigens wordt er in Singapore maar weinig over religie gesproken. Godsdienst is een gevoelig onderwerp. Je wordt geacht je neutraal op te stellen. Men is er hier huiverig voor religie in het publieke domein te brengen, omdat dit een heel pluriforme samenleving is. Bovendien zit Singapore ingeklemd tussen twee grote moslimlanden. Ook dat maakt de regering voorzichtig. Zo mag je hier vrij evangeliseren, maar niet onder moslims, want dan overtreed je de wet.” Andrien: „In Nederland is er heel goed nagedacht over christelijke psychiatrie, christelijke politiek, christelijk onderwijs. Hier ontbreekt dat nog.” Dirk: „Ik vind dat best moeilijk. In het ziekenhuis ga je als christelijke werknemer bijvoorbeeld niet openlijk tegen het abortusbeleid in, want de overheid heeft abortus immers officieel toegestaan. De notie dat Christus de zeggenschap heeft over iedere centimeter van je leven en niet alleen over het private deel, is hier gestold. Voor ons voelt dat als een gespleten manier van werken en denken, maar hier is dat normaal.” ## Jullie hebben twee dochters. Hoe zouden jullie hun in de toekomst onderwijs willen geven? Andrien: „Hier zijn geen reformatorische scholen. Wel Methodistische en Anglicaanse scholen. Verder is er een Hollandse School en internationale scholen, waarvan één christelijk. Sommige mensen in onze gemeente kiezen voor homeschooling.” Dirk: „De visie op onderwijs is hier ook heel anders. Het onderwijs is heel prestatiegericht en individueel. Kinderen worden hier van jongs af aan gedrild.” Andrien: „Alles draait hier om stampen en leren. Kinderen krijgen enorm veel huiswerk, waar ze vaak tot laat in de avond mee bezig.” Dirk: „We zijn er nog niet uit wat voor scholing we voor onze dochters zouden kiezen. Esther is nog maar 1,5 jaar, dat scheelt.” Andrien: „Al moeten we haar binnenkort al opgeven voor een preschool als we dat willen. Want alles draait er hier om van jongs af aan de beste scholen te kiezen.” ## Wat zijn jullie toekomstplannen? Dirk: „We hebben geen plannen om terug naar Nederland te gaan.” Andrien: „Dit is ons plekje voor nu en we wachten tot we ergens anders naartoe geroepen worden. Dat kan zomaar weer in het buitenland zijn.” Dirk: „Als we geroepen worden, gaan we weer. We zien wel naar welk station dat is.”