De Heere heeft het avondmaal gegeven tot versterking van het geloof. Dat laat zien dat je alleen aan het avondmaal mag gaan als waarachtig, levend geloof je deel is. Het formulier dat gelezen wordt voordat het avondmaal bediend wordt, is daar heel duidelijk over. Christus heeft het avondmaal alleen voor Zijn gelovigen ingesteld. Om die reden is het nodig en nuttig om jezelf als avondmaalsganger in het licht van Gods Woord te onderzoeken, te beproeven. Mag ik weten van Gods genade in mijn leven? Is er hartelijke liefde tot Hem, vertrouwen op Hem en het verlangen om Hem te dienen? Die vragen staan in de week van voorbereiding centraal. :::author_streamer 1::: Het avondmaalsformulier legt mooi uit waar het bij de zelfbeproeving vooral om gaat. Dat zijn drie dingen. In de eerste plaats staat elke avondmaalsganger er in de week van voorbereiding bij stil dat hij een zondaar is, die nog veel zonden doet. Ook al is er liefde tot God in het hart, toch is er nog zo veel wat de Heere krenkt en onteert. Het geeft verdriet in je hart als je daar écht en biddend bij stilstaat. Je voelt je daarmee zo klein voor God. In de tweede plaats gaat de zelfbeproeving over de vergeving van de zonden. Is er vertrouwen in mijn hart dat de Heere Jezus Christus ook voor mij het offer bracht aan het kruis? Is mijn hoop op Hem alleen? Dat brengt bij het derde onderdeel van de zelfbeproeving. Is er het hartelijke verlangen om de Heere te dienen, uit dankbaarheid dat Hij mij verlost heeft van zonde en van dood? Deze drie dingen kun je met drie woorden samenvatten: ellende, verlossing en dankbaarheid. Het geloof in drievoud! Degenen voor wie dat niet enkel woorden zijn, maar die ”ellende, verlossing en dankbaarheid” kennen als de werkelijkheid van hun leven, wil de Heere een plaats geven aan Zijn tafel. De voorbereiding op het heilig avondmaal is niet bedoeld om vast te stellen of je goed genoeg bent om aan te gaan. Wie zichzelf echt beproeft, zal juist tot de ontdekking komen dat hij diep schuldig is tegenover God en moet buigen voor Hem – als een mens die aan alles gebrek heeft. Tegelijkertijd schuil je als avondmaalsganger daarmee bij Hem, die je kent en liefhebt als je Verlosser: de Heere Jezus Christus. Als je je voorbereidt op het heilig avondmaal, bedenk, besef en belijd je: ik kan mijzelf niet verlossen, maar ik mag vertrouwen op Christus alleen, Die ook in mijn plaats de straf wilde dragen. De avondmaalsvoorbereiding is bedoeld om in die geestelijke gezindheid aan Zijn tafel te zijn. Klein voor God vanwege wie je zelf bent; tegelijkertijd zo verwonderd dat Hij in genade op je neerziet. Verwonderd dat je vrede met Hem mag kennen, omdat Jezus Christus als Lam van God jouw zonden heeft weggedragen. Dat is wat Paulus bedoelt als hij schrijft: „Maar de mens beproeve zichzelf, en ete alzo van het brood…” (1 Kor. 11:28). _Ds. P.C. Hoek, Putten _