Tweede klas middelbare school. Nul ervaring met verkering en alles wat daarbij hoort. Wel opgegroeid met het idee dat ik vanuit onze gezindte meekreeg: dat ik rond mijn twintigste wel getrouwd zou zijn. Het werd gezegd alsof het vaststond. Alsof mijn leven al gepland was. Ik ben enthousiast. Altijd duizend ideeën, plannen en dromen tegelijk. Dus in mijn hoofd moest alles vóór dat denkbeeldige huwelijk gebeuren. Avonturen beleven, ontdekken wie ik was, voluit leven; zoveel mogelijk plannen. Want daarna? Dan zou het vrije leven voorbij zijn. Geen spontane „Hé Mirthe, zullen we vanavond uit eten?” Geen onverwachte citytrip naar Rome. Dat dacht ik toen. :::author_streamer 1::: Het stemmetje van de decaan bleef hangen. Terwijl om me heen verkeringen begonnen, huwelijken volgden en kinderwagens verschenen. De tijd tikte door. En ik? Ik ging ook het huis uit. Op mezelf wonen, zoals we dat noemen. Het liefdesleven overkwam anderen wel, maar ging mij voorbij. Ik leerde veel. Over het leven, over mensen, over alleen zijn. Over vrijheid. Maar ook over stilte. Mijn single-zijn voelde lang als een fase. Iets tijdelijks, iets wat vanzelf over zou gaan. Tot ik me afvroeg: wat als dit geen tussenstation is, maar gewoon mijn leven? Die gedachte is soms confronterend. En soms bevrijdend. Single zijn heeft twee gezichten. De ruimte om te dromen en te doen. En de weemoed wanneer je thuiskomt in een leeg huis. Het is lachen én slikken. Vrijheid én verlangen. Dit is mijn verhaal. Maar ook dat van zovelen. Het wordt tijd om jullie mee te nemen in het leven van een single; met alles wat daarbij hoort.