Ik was enthousiast, altijd. Organiseerde van alles, had duizend ideeën tegelijk en vond overal wel iets om me voor in te zetten. Ik deed vrijwilligerswerk, werkte op zaterdag in de winkel en was actief bij een politieke jongerenpartij. Mijn agenda was vol, mijn hoofd ook. Ik droeg veel rollen tegelijk. Dochter, zus, tante, student, buurvrouw, werknemer. En ik nam ze allemaal serieus. Misschien wel té serieus soms. Juist daardoor vroeg ik me steeds vaker af waar mijn eigen plek eigenlijk was. En toch kwam ik mezelf geregeld tegen. Gewoon, voor de spiegel waarin ik mijzelf diep in de ogen keek omdat vragen niet verdwenen terwijl ik het druk had. Wie ben ik? Waar hoor ik bij? Wat is mijn doel? En ook: wat is waarheid? Ondertussen keek ik scherp naar mensen. Naar stelletjes, naar mannen, naar wat werkte en wat niet in het hebben van een relatie. Alsof ik al observerend iets probeerde te begrijpen van de liefde en het leven. :::author_streamer 1::: Ik belde veel met vriendinnen en kennissen, in binnen- en buitenland. Sommigen waren getrouwd en hadden al kinderen, anderen zaten midden in verkering of daten. Ook ging ik vaak langs bij een oudere vrouw die dicht bij God leefde. Haar rust en levenslessen bewaarde ik in mijn hart. Mijn wereld werd door elkaar geschud door de vele momenten dat mijn hoofd overstroomde met zoveel vragen en gedachten over het leven. Maar juist daar opende God mijn ogen voor Wie de Waarheid is: Jezus Christus, de Weg, de Waarheid en het Leven. Niet mijn burgerlijke staat bepaalde wie ik was, maar Zijn genade: dochter van de Allerhoogste. Dat gaf rust en ontspanning. En tegelijk bleef ook het verlangen bestaan naar diepe verbinding, naar iemand met wie ik het leven kon delen. En ja, intussen dienden ook de dates zich aan. Of in elk geval: de pogingen daartoe.