Misschien moet ik het maar eerlijk zeggen. Het zat vast heel diep verstopt, want bepaalde dingen wil je niet denken. Maar eigenlijk was ik het er niet zo mee eens. O, dat gemis, dat diepe, diepe gemis. Is het met een pen te beschrijven? Welke woorden kun je eraan geven? Een diep, diep heimwee. John komt echt nooit meer terug. Ik wil dit niet… Kijkend naar je kinderen denk je: Ik wil de vader van mijn kinderen. Ik wil… En dan toch maar weer denken aan de Tuinman Die Zijn tuin ingaat. Wat wil Hij? Hij plukt daar de mooiste, de rijpste en haalt ze binnen. Veilig binnen. Beschut tegen de wind en de storm. Niemand kan ze meer kwaad doen. ‘Het is niet te begrijpen, hè?’ zei pas iemand. ‘John is tot de hoogste dienst geroepen. Zondeloos, volmaakt mag hij Hem nu dienen.’ ‘Dat is werkelijk ‘the highest service’’, antwoordde ik. Zo voelde ik het toen… ‘Ik hoop echt dat je ooit weer eens zult gaan trouwen’, zei een lieve jonge vriend tegen me. Ik waardeerde het. Ik zeg niet dat ik het ermee eens was, maar waarderen deed ik het zeer. Ik houd ervan als mensen open en eerlijk zeggen wat ze denken. >Als je je man verliest, verander je in een wankel boompje, dwars door midden Ik dacht erover na. Ontzettend verdrietig maakte het me. De volgende dag droomde ik, net voordat ik wakker werd. ‘Darling, I would love to marry you’, zei een lieve stem. Twee donkere ogen keken me aan. Daar was hij weer… mijn lieverd. Helaas alleen maar een droom. Helaas? Kan ik hem terugwensen? Nee, dat kan ik niet en dat wil ik niet. Als het moeilijk is, dan wens ik hem juist niet terug. Dan denk ik: Ik ben blij dat jij dit niet meer mee hoeft te maken. Bijna twee jaar weduwe… Ik schaam me als ik denk hoe ik geweest ben ten opzichte van andere weduwen en weduwnaren, voordat ik John verloor. Wat heb ik er ontzettend weinig van begrepen. Hertrouwen, zo kort erna…? Ik had er een flinke mening over. Nu is die anders. Ik begrijp het… In de allerverdrietigste tijd van je leven, als je die arm zo om je heen nodig hebt, als je zo’n behoefte hebt aan steun, dan is dat er niet, zoals voorheen. Niet dat ik er zelf aan denk. Ik draag John mee in mijn hart. Mijn liefde voor hem en de zijne voor mij. Maar juist dat doet zo zeer. Mijn hart stroomt over van liefde voor hem, maar die knuffel kun je niet geven. Ik zal nooit zeggen dat je man verliezen erger is dan je kind. Dat kun je alleen zeggen als je het allebei meegemaakt hebt. Maar ik geloof dat dit verschil er is: Als je je kind verliest, dan is daar als het goed is de steun van je man. Als je je man verliest, verander je in een wankel boompje, dwars door midden. Maar o, hoe gewond moet een moederhart zijn als ze een kind verliest. Nee, een keuze zouden wij mensen nooit kunnen maken! Soms blijft er maar een kort gebed over: ‘Heere, het doet zo, zo, zo zeer’ Soms bid ik erachteraan: ‘… dat U hem Thuis gehaald hebt.’ En altijd als ik dat bid, voel ik me beschaamd. Ik voelde me pas zo vreselijk verdrietig. De rouw verlamde me als het ware. Ik wist niet hoe het verder moest. Mercy speelde met de Playmobilpoppetjes. Opeens begon ze heel melodieus te zingen: ‘De Heere is goe-oed! Sommige mensen zijn arm. Ze hebben geen eten…’ Ze riep me terug tot de werkelijkheid. O, dat ik toch nooit zal verdrinken in zelfmedelijden! _Daniëlle Campbell-Vogelaar bleef met haar dochtertjes Grace en Mercy achter, toen haar man, de Schotse dominee John Campbell, na een operatie in 2023 overleed._