Het is rustig in Uddel op deze maandagmorgen. De meeste winkels zijn nog gesloten. Zo ook La Jumelle. Binnen brandt er echter licht. Daar zitten de drie dames aan een kopje koffie, in afwachting van het werk dat voor hen ligt. Terwijl er buiten heel voorzichtig een zonnestraaltje tevoorschijn piept door het dikke grijze wolkendek, praten de drie familieleden honderduit. Hun rappe tongen lijken niet stil te willen staan. „We hebben altijd wat te kletsen”, lacht Netty (59). „Ook al zien we elkaar elke dag. Dat was vroeger al zo, toen Willy en ik jonger waren. Dan hadden we elkaar de hele dag gezien en stonden we ’s avonds bij een familiefeest nog samen te praten. „Moet je die twee zien”, zeiden onze ouders dan weleens. „Alsof ze elkaar al weet ik niet hoe lang gesproken hebben.””De band tussen de twee is onverbrekelijk. Na hun trouwen (hun mannen zijn neven van elkaar) besloten ze beiden in Uddel te gaan wonen. Hun kinderen kwamen net zo makkelijk bij de een over de vloer als bij de ander.Samen koesterden ze ook lange tijd dezelfde droom: een winkeltje beginnen. Netty: „We houden van het klantcontact en van verkopen.” Willy: „Alleen kwamen we er niet aan toe hier iets mee te doen zolang we kleine kinderen hadden.”Zo’n 12,5 jaar geleden diende zich een mogelijkheid aan. De enige kindermodezaak in het kleine Veluwse dorpje sloot toen juist de deuren, en de beide vrouwen grepen de gelegenheid aan om in het gat te springen. Al maakt het hun niet eens zo veel uit wát ze verkopen, lachen ze. Netty: „Ik zou nog enthousiast kunnen worden van het verkopen van wc-papier.”De naam van de winkel, La Jumelle, is Frans voor tweeling. Een toepasselijke verwijzing naar henzelf, lachen ze.Het winkeltje, dat zich achter een bloemenzaak bevond, werd al snel te klein voor de twee. Netty: „Na vijf jaar was het niet meer te doen.” Willy: „We konden onze voorraad niet kwijt en de klanten pasten haast niet in de winkel.” Anne: „Het stond tot aan de nok toe vol.”Zo kwamen ze in hun huidige pand terecht, aan de doorgaande weg. Willy: „Toen werd het ineens nog veel drukker.”Netty’s dochter Anne is er vanaf begin af aan bij betrokken. Netty: „Als ze uit school kwam, ging ze meteen naar de winkel. Als het druk was, deed ze haar jas uit en hielp ze mee.” Anne (29): „En op zaterdagen werkte ik er ook. Dan was het ’s morgens: Hier heb je de sleutel, ga maar vast. Nadat ik bedrijfsadministratie had gestudeerd, ben ik even elders gaan werken. Maar inmiddels werk ik hier volledig.” Hoe verloopt jullie samenwerking? Willy: „We hebben allemaal onze eigen taken.”Netty: „Het digitale deel is veel belangrijker geworden, en dat gaat Willy en mij boven de pet. Daarom doet Anne dat allemaal. Wij doen het liefst de in- en de verkoop. Ons hart ligt bij het contact met mensen.”Anne: „We verkopen nu ook veel via Instagram, zeker sinds de lockdowns.”Willy: „Daarom was het in coronatijd toch heel druk voor ons. We moesten alle kleding fotograferen, setjes maken, alles online zetten, vragen beantwoorden, verkochte kleding klaarleggen en vooral in de gaten houden wie wat kocht. Dat werkte heel goed.”Anne: „Maar het was bijna nachtwerk. We waren bekaf.”Netty: „Anne stond een keer te tollen op haar benen.”Willy: „Maar het gaf ook veel voldoening. Zonder Instagram zouden we het niet gered hebben. Netty en ik zouden de winkel nu ook niet meer met z’n tweeën kunnen runnen.”Zouden jullie nog onder een baas kunnen werken?Netty: „Het voordeel van werken met familie is dat je makkelijk afspraken kunt maken. Moet jij vanmiddag naar de tandarts? Prima, ga maar. Wil ik gaan fietsen omdat het mooi weer is? Dan ruilen we toch een dagdeel. Dat kan allemaal.”Willy: „Als er iets is, dan regel je dat onderling. Wil ik op tijd met het eten beginnen, dan weet ik dat Anne het laatste uur het wel alleen redt in de winkel. Zulke dingen doe je normaal niet, als je onder een baas werkt.”Anne: „Wel kun je bij een baas om 5 uur je laptop dichtgooien. Nu ben ik altijd wel bezig met het werk. Alleen al omdat klanten verwachten dat je meteen antwoord geeft als ze via Instagram een vraag hebben gesteld.” Hebben jullie wel eens onenigheid? Anne: „We zijn het niet altijd met elkaar eens. Als het gaat om de inkoop van kleding bijvoorbeeld, hebben we soms een andere smaak. Ik houd bijvoorbeeld niet van popperige jurken, en mijn moeder en tante vinden dat geweldig. Zij houden van crèmekleurige kleding, ik meer van stoer.”Netty: „Ik merk wel dat Anne soms andere combinaties maakt dan wij. Maar dat is juist leuk. Zo vullen we elkaar aan.”Willy: „Zo hadden we een keer rokken die ik echt niet mooi vond. Ik kon mezelf nauwelijks zover krijgen om ze aan klanten te laten zien. Toen ik een keer weg was, hebben Netty en Anne die rokken verkocht.”Netty: „Dan hebben we echt lol. Er hangt hier sowieso altijd een gezellig sfeertje.” Wat is het geheim van jullie samenwerking? Willy: „We kunnen het werk delen. Je kunt de zaak loslaten als je een keer weg moet.”Netty: „We dragen alle verplichtingen samen.”Anne: „Niemand speelt hier de baas.”Netty: „Als tweeling vinden we het ook heel leuk om samen te werken. We hoeven elkaar niets uit te leggen en hebben aan een half woord genoeg.”Willy: „We vergeten nieuwe klanten soms te vertellen dat we een tweeling zijn. Zo was er eens een klant die ’s morgens door Netty geholpen was en ’s middags weer binnenkwam, toen ik er stond. Zij begreep niet waarom ik me niets van die ochtend kon herinneren. Ze had nadien tegen haar moeder gezegd: de vrouw die daar in de winkel werkt is dement hoor. Een week later kwam ze weer, toen we er allebei waren. Pas toen ging er een lichtje branden.”Anne: „Ik vergeet ook nooit meer dat Netty op vakantie was in Zeeland en daar ’s morgens bij de bakker een klant tegenkwam. Die vrouw ging diezelfde dag op vakantie naar de Veluwe en kwam hier ’s middags in de winkel, waar ze Willy ontmoette. Stomverbaasd was ze: „Ben je hier nu alweer?””Willy: „We lijken nog steeds erg op elkaar. We hebben ook dezelfde smaak, dragen dezelfde soort kleding, hebben ons haar hetzelfde zitten en dezelfde bril.”Netty: „We willen graag op elkaar blijven lijken. Mensen vinden het ook leuk om in de winkel een tweeling te zien.”Willy: „De connectie die ik met Netty heb, heb ik met geen andere zus. Het is gewoon altijd goed.”Netty: „We houden erg van humor. Als we het zat zijn, gaan we steeds gekker doen om op de been te blijven. En we hebben samen nooit mot. Ik vind je altijd leuk. Als jij twee weken op vakantie bent, vind ik er niks aan.”Anne: „Dat is niet storend voor mij. Ik voel me geen derde wiel. Ik weet niet beter of zij zijn samen. Ze aten vroeger zelfs hetzelfde. Zonder overleg van tevoren stond er dan bij allebei zuurkool of pannenkoeken op tafel.”Willy: „Netty is mijn zus, maar ook mijn vriendin.” Wat maakt jullie winkel een succes? Willy: „Wat uniek is aan ons aanbod is dat we geen broeken verkopen voor meisjes en vrouwen. Alleen rokken en jurken.”Anne: „We denken mee met klanten en gaan op zoek naar leuke combinaties die bij hen passen.”Netty: „We houden ervan om klanten te helpen. De koffie staat vaak klaar als ze komen.”Willy: „En we geven klanten het gevoel dat ze niets verplicht zijn. Ze hoeven niet te kopen. Gewoon kijken mag altijd. We zijn ook heel makkelijk als het om retourneren gaat.”Netty: „Kunnen ze niks vinden? Helemaal goed, volgende keer beter.”Willy: „En dat maakt me dan ook oprecht niets uit. Ik wil hier niet zitten met gedachten aan mijn portemonnee. Ik vind het leuk als klanten tevreden zijn.”Netty: „We willen het graag goed doen, daar zijn we wel fanatiek in.”Anne: „We gaan mee met de trends.”Willy: „We hebben feeling met kleding. Daar zijn we fan van.”Netty: „En we hebben veel geduld, zeker met kinderen. Ik ben blij dat ik dit werk mag doen. Heerlijk. Ik wil er nog lang niet mee ophouden en hopen daarom dat we het nog lang kunnen blijven doen. Sorry Anne, je zult het nog even met ons moeten uithouden.” beeld: Tineke van der Eems