We lezen bar weinig over hen in de Bijbel. Misschien is dat met opzet. Want uiteindelijk is het niet belangrijk wie deze wijzen waren; het gaat erom waaróm __ ze wijs waren. Ze waren niet wijs omdat ze zich met de sterrenhemel bezighielden. Ze waren wijs omdat zij de Koning zochten en Hem uiteindelijk aanbaden (Matt. 2:11). Staan wij zo in dit verhaal? Het is wel een opmerkelijke geschiedenis. Op een bijzondere manier leidde de Heere de wijzen naar het huis in Bethlehem waar zij Jezus mochten leren kennen. Dat is altijd weer fascinerend om te lezen. Waren de wijzen bekeerd toen ze aan hun lange reis begonnen? We weten het niet. Werd hun levensgang anders nadat ze het Kind Jezus hadden gevonden? Dat lijkt mij zeker! Waren het drie, twee of tien mensen? We weten het niet. Ze zagen een ster ”opkomen”. Dat is de betekenis van ”in het oosten”. Want als zij de ster echt in hun oosterse richting zagen, dan waren ze naar India gereisd. Maar waar is dan het oosten? Wat dat Babylon? Perzië? India? Arabië? Wat we alleen weten, is dat voor een christen in het Heilige Land (en dat was Mattheüs) ”het oosten” verwees naar het Overjordaanse. Vandaag leeft deze gedachte nog in Israël. Zij die over de Jordaan naar de Westelijke (!) Jordaanoever komen, spreken over het komen „van het oosten.” :::author_streamer 1::: We weten dat de wijzen goud meebrachten. Dat werd gemijnd in Arabië. Wierook en mirre werden geoogst van bomen die hoofdzakelijk in Zuid-Arabië groeiden. De rijkere woestijnbewoners verkochten deze koopwaren, die heel waardevolle geschenken waren. Het is dus best waarschijnlijk dat de wijzen uit Arabië kwamen. De vroegchristelijke apologeet Justinus Martyr schreef: „De wijze mannen van Arabië kwamen naar Bethlehem, vereerden het Kind en offerden Hem gaven van goud, wierook en mirre.” In 1920 bezocht E.F. F. Bishop een bedoeïenenstam in Jordanië. Zij hadden de naam al-Kokabani. Het woord kokab betekent ”planeet” en de hele naam betekent ”Zij die de planeten volgen of bestuderen”. Toen hij hun vroeg waarom zij deze naam hebben, antwoordden ze dat dat is omdat hun voorouders de planeten bestudeerden en naar het westen reisden om de grote profeet Jezus te eren toen Hij geboren was. Hoogst interessant. Nog interessanter is de profetie in Jesaja 60:1-8. Midian, Sheba en Kedar vinden we in Noord- en Zuid-Arabië. Jesaja sprak: „Het heir der heidenen zal tot u komen” (60:5b). Hij sprak over kamelen, goud en wierook (60:6). De vraag is of dit metterdaad in vervulling ging in Mattheüs 2. Voor Mattheüs ging het om het Kind in wie de hoop en verwachting van de oudtestamentische profetieën is vervuld. Het Kind dat door de eerstelingen van de heidenen werd aanbeden. Boog jij al naast de wijze mannen voor Hem? Dat is immers wijsheid. _Ds. A.T. Vergunst, Carterton (Nieuw-Zeeland)_